Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 10.

Vier maal 'sjaars en wel op den le Januari, le April, le Julij en le October doet de Hoofd-Ingenieur verslag aan den Direkteur der Openbare Werken omtrent den toestand en de dienst van de spoorwegen. Het laatste van deze verslagen is meer uitvoerig opgesteld en bevat tevens de zakelijke inhoud van de in dat jaar door hem gevoerde correspondentie met de bestuurders der Spoorwegmaatschappij.

Art. 11.

De Hoofd-Ingenieur verzameldt de noodige gegevens om een statistiek op te maken van de spoorwegdiensten.

Art. 12.

De Hoofd-Ingenieur Chef der afdeeling spoorwegen mag voor dienstzaken kosteloos gebruik maken van den Gouvernementstelegraaph.

Art. 13.

Hn' geeft aan de bestuurders van de Nederlandsch-Indische Spoorwegmaatschappij schriftelijk kennis van alles wat hem voorkomt voor eenen behoorlijken aanleg van den weg of in het belang van de dienst noodig te zijn. Bjj verschil van gevoelen, of weigering van de Maatschappij om aan zijne opmerkingen gevolg te geven geeft de Hoofd-Ingenieur daarvan kennis aan den Direkteur der Openbare Werken.

Art. 14.

De Hoofd-Ingenieur vermijdt zooveel mogelijk alle conflikten. In die omstandigheden waarin onverwijld een besluit moet worden genomen, omdat de voortzetting van de dienst voor het publiek gevaarlijk wordt geacht, is de Hoofd-Ingenieur bevoegd het vertrek der treinen voorloopig te beletten. Van dezen maatregel geeft hij echter oogenblikkelijk per telegram kennis aan den Direkteur der Openbare Werken, en zendt zoo spoedig mogelijk een uitvoerig verslag in van het gebeurde, waarop hij eene nadere beslissing afwacht. •

Art. 15.

Het is aan den Hoofd ingenieur Chef der afdeeling spoorwegen of eenen door dezen gekommitteerden Ingenieur uitdrukkelijk opgedragen om bij déraillement of andere ongelukken, een naauwkeurig onderzoek

Sluiten