Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 61. Behalve de bijzondere rapporten, waartoe het dagelijksch toezigt aanleiding kan geven, doen de spoorwegopzienefs elke maand verslag aan den Hoofdinspecteur van de spoorwegdiensten en hetgeen daartoe behoort, ieder voor zooveel betreft de zaken, waarop hem het dagelijksch toezigt is opgedragen.

Die verslagen worden ingerigt in den vorm door den Hoofdinspecteur te bepalen.

Art. 62. In geval een ongeluk plaats vindt, of zich buitengewone omstandigheden voordoen, geven de spoorwegopzieners daarvan onmiddellijk kennis aan den Hoofdinspecteur en aan den Directeur en stellen zij, zooveel noodig, een plaatselijk onderzoek in, waarvan zij den uitslag aan den Hoofdinspecteur en aan den Directeur mededeelen.

Art. 63. De Instructien van de spoorwegopzieners worden, onder goedkeuring van den Directeur, door den Hoofdinspecteur vastgesteld.

Sluiten