Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een definitieve strekking had, en slechts een tijdelijke ten opzigte van de buitenwerkingstelling van sommige voorwaarden der dienstregeling;

Overwegende wat aangaat de gevorderde schuldigverklaring der beklaagden ook aan overtreding van de artikelen 37, 38 en 39 der voorwaarden van concessie voor den aanleg en de exploitatie van den spoorweg Batavia-Buitenzorg, waaromtrent de eerste regter verzuimd heeft in een onderzoek te treden; dat wel is waar bij art. 213 van het algemeen reglement op de dienst der spoorwegen onder anderen is strafbaar gesteld het niet nakomen van de voorwaarden waarop vergunning tot uitoefening der dienst is verleend, doch daarbij geen sprake is van eenige overtreding der voorschriften ten aanzien der voorwaarden van concessie voor den aanleg en de exploitatie der spoorwegen;

dat mitsdien van eene overtreding dezer artikelen in dit geding geen sprake kan zijn;

Overwegende eindelijk dat mede teregt door den eersten regter is beslist dat het voortdurend vorderend van vrachtprijzen niet overeenkomstig een door den Gouv. Gen. goedgekeurd tarief slechts als één voortgezette overtreding van art. 42 van voormeld algemeen reglement moet worden aangemerkt;

Overwegende ten aanzien van de aan de beklaagden in de tweede plaats ten laste gelegde feiten:

dat de eerste regter op de gronden en bewijsmiddelen in het vonnis a quo omschreven te regt als bewezen heeft aangenomen, dat de beklaagden op 9 Augustus 1880, en ook voor dien tijd in het jaar 1880, op het tariefbord, aan den ingang of vestibule van het station Tjileboet de vrachtprijzen van daar naar de stations Batavia, Buitenzorg, Depok en PondokTjina voor de sneltreinen niet hebben vermeld en zigtbaar gesteld, — zoomede aan het station Pondok-Tjina niet de vrachtprijzen met de sneltreinen naar de stations Batavia, Buitenzorg, Depok en Tjileboet, — en aan het station Depok niet de vrachtprijzen van daar naar de stations Tjileboet en Pondok-Tjina, doch ten onregte heeft beslist dat deze feiten geen overtreding van eenige wettelijke bepaling opleveren en de beklaagden op dien grond van alle regtsvervolging heeft ontslagen;

Overwegende toch dat het voorschrift van art. 67 van het algemeen reglement op de spoorwegdienst ten doel heeft om de reizigers bekend te maken met de vastgestelde vrachtprijzen, ten einde hen te vrijwaren tegen het innen van willekeurige vrachtprijzen, zoodat voormeld voorschrift zn'ne toepassing moet vinden, onverschillig of de vastgestelde vrachtprijzen door den Gouverneur-Generaal al dan niet zyn goedgekeurd;

Overwegende dat namens de beklaagden in hooger beroep wel is aangevoerd dat aan den ingang of vestibule van de genoemde stations werkelijk een tariefbord zich bevond met bekendstelling van de gewone vrachtprijzen, doch vermits aan die stations voor de sneltreinen geen plaats-

Sluiten