Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werp Algemeen Reglement en het ontwerp Instructie zijn, belast met het van Regeeringswege op de spoorwegdiensten uit te oefenen toezigt.

Hij moet dus toezigt houden op de particuliere spoorwegdiensten, niet alleen, maar tevens op de dienst der Staatsspoorwegen, waarvan hn' de Chef is, dus eigenlijk op zich zeiven.

Dit is zeker niet rationeel, te minder naar gelang de dienst der Staatsspoorwegen in Indië toeneemt, en zelfs reeds nu de particuliere spoorwegen in Indië verre overtreft in omvang en gewigt.

In Nederland is deze aangelegenheid dan ook anders geregeld.

Daar is bij Koninklijk besluit van 9 Julij 1876, Staatsblad No. 159, gearresteerd eene „Regeling van het algemeen toezigt op de spoorwegdiensten," waarvan het eerste artikel letterlijk luidt, als volgt:

„Het algemeen toezigt op de spoorwegdiensten wordt onder Onzen „Minister van Binnenlandsche zaken uitgeoefend door een Raad van toezigt; het dagelijksch toezigt door ambtenaren onder den Raad";

terwijl by beschikking van den Minister van Binnenlandsche zaken van 26 Juin' 1876, Lett. S. S., zh'n goedgekeurd, de Instructien voor het personeel (de Ingenieurs voor het stoomwezen der- en de Rijksopzieners op- de spoorwegdiensten) bh' den Raad van toezigt op de spoorwegdien. sten en het Reglement van orde voor de werkzaamheden van dien Raad.

Het algemeen belang vordert voor Nederlandsch-Indië iets dergelijks in het leven te roepen.

Een uit verscheiden personen te zamen gestelden Raad van toezigt, acht ik voor Indië niet noodig en niet gewenscht:

niet gewenscht wegens de daaraan verbonden groote uitgaven voor den Staat en de moeijelijkheden om in Indië het noodig aantal bekwame en geschikte personen te vinden tot zamenstelling van zoodanigen Raad;

niet noodig omdat een bekwaam en geschikt, in spoorwegaangelegenheden ervaren persoon, mij alleszins voldoende voorkomt om afdoende toezigt op de spoorwegdiensten uit te oefenen en door hem toe te voegen personeel te doen uitoefenen.

My dunkt het ware het beste daarvoor bestemd te laten, den Inspekteur Generaal, onder den Direkteur der Burgerlijke Openbare Werken, doch hem te ontlasten van de functie van Chef van de dienst der Staatsspoorwegen en voor die dienst een afzonderlijken Chef te benoemen.

Men zou dan kunnen geven aan eerstbedoelde den titel van „Inspekteur Generaal, belast met het itoezigt op de spoorwegdiensten in Nederlandsch-Indië" en aan den tweeden den titel van „Chef van de dienst der Staatsspoorwegen in Nederlandsch-Indië."

Het den Inspekteur Generaal toe te voegen personeel zou bëhooren te worden benoemd en ontslagen, enz. op voordragt van den Inspekteur Generaal, door den Gouverneur-Generaal, of den Direkteur der Burgerlijke Openbare Werken, voor zooveel noodig uit het personeel bh' de dienst der .Staatsspoorwegen in Indië.

Sluiten