Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2) Bovendien kan hun indemniteit voor schrijfloonen en indemniteit voor reiskosten worden toegekend tot bedragen, voor ieder hunner door genoemden Departementschef vast te stellen met inachtneming van de bij de Indische begrooting daarvoor toegestane sommen.

Art. 4. 1) De spoorwegopzieners worden onderscheiden in:

a. spoorwegopzieners voor weg en werken;

b. spoorwegopzieners voor het rollend materieel.

2) De spoorwegopzieners voor weg en werken zijn speciaal belast met het toezicht op de naleving der bepalingen, betreffende den weg en de werken, signaalinrichtingen en telegraaf daaronder begrepen, voorkomende in de algemeene en bijzondere concessie-voorwaarden, de algemeene reglementen voor spoor- en tramwegen en de ingevolge die reglementen vastgestelde verordeningen, reglementen en door den Gouverneur-Generaal goedgekeurde of voorgeschreven regelingen.

3) De spoorwegopzieners voor het rollend materieel zijn speciaal belast met het toezicht op de naleving der in de hiervoren bedoelde concessie-voorwaarden, reglementen, verordeningen en regelingen voorkomende bepalingen, betreffende dat materieel, met uitzondering van de stoomketels der locomotieven en motorwagens..

Art. 5. 1) De Directeur der Burgerlijke Openbare Werken wijst de lijnen aan over welker dienst en materieel de opzieners het in het vorig artikel bedoelde toezicht hebben uit te oefenen en bepaalt de standplaatsen dier ambtenaren.

2) In bijzondere gevallen kunnen aan één persoon de in de le alinea van het vorig artikel sub a en b bedoelde functiën worden opgedragen.

Art. 6. 1)' De opzieners doen, ieder voor zooveel hem aangaat, periodiek én overigens zoo dikwijls daartoe aanleiding bestaat, opnemingen va de onder hun toezicht staande lijnen en de daartoe behoorende werken, gebouwen en het rollend materieel.

2) Ontdekken zij afwijkingen van de voorschriften of gebreken, dan geven zij daarvan terstond kennis aan den ambtenaar of beambte van den spoor- of tramwegdienst, wien zulks aangaat, en aan de bestuurders van dien dienst.

3) Indien hun blijkt, dat eenig beambte of bediende van den spoorof tramwegdienst, aan wien aan hun toezicht onderworpen werkzaamheden zijn opgedragen, voor zijne betrekking ongeschikt is of zich aan plichtverzuim schuldig maakt, dan geven zij daarvan kennis aan de be. trokken bestuurders.

4) Wordt door de in alinea 2 bedoelde afwijkingen of gebreken, dan wel door de in alinea 3 bedoelde tekortkomingen, de veiligheid van

Sluiten