Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vervolg op de Nota, betreffende de Regeeringsbemoeiing met dienstvoorwaarden en loonen, alsmede met dienst- en rusttijden van het personeel der Spoor- en Tramwegen in Nederlandsch-Indië.

Na de verzending der Nota, gedagteekend, 5 Februari 1915, werd mededeeling ontvangen van het nader schrijven dd. 7 Januari 1915 No. 7 geheim, door den Directeur van Gouvernementsbedrijven gericht aan de bestuurders van verschillende spoor- en tramwegdiensten in NederlandschIndië, welke schrn'ven eene toelichting behelst tot de beoogde aanvullingen der Algemeene Spoor- en Tramwegreglementen, ter zake van de dienstvoorwaarden van het personeel (Artikelen 3a A. S. R. en 4a IA. T. R.).

Waardeerende het uit deze toelichting blijkende streven om, alvorens tot invoering van nieuwe wettelijke bepalingen wordt besloten, zekerheid te scheppen omtrent de bedoeling, achten de ondergeteekenden zich geroepen ook hunnerzijds daartoe mede te werken door mededeeling der opmerkingen, waartoe het laatstontvangen schrijven aanleiding geeft.

Van deze gelegenheid wordt tevens gebruik gemaakt tot het kenbaar maken van eenige bezwaren tegen de opvatting, welke de Directeur van Gouvernementsbedrijven omtrent de strekking van het Dienstreglement der Tramwegen is toegedaan, blijkens zijn aan de Nederlandsch-Indische Spoorweg-Maatschapph'. gericht schrijven dd. 15 December 1914 No. 15255 en lat aan de bestuuders der tramwegdiensten dd. 7 December 1914 No. 14821.

A. Dienstvoorwaarden en loonen.

De bedoeling van het ontworpen artikel blijkt uitsluitend te zh'n, zekerheid te verschaffen dat door de bestuurders van spoor- en tramwegdiensten eenige noodzakelijk geachte onderwerpen op voldoende wijze worden gereglementeerd. Van overheidswege zal slechts worden nagegaan of in de reglementen de vereischte voorschriften zijn opgenomen en of die ook voor het personeel voldoende duidelijk zijn.

Indien de wetgever zich hiertoe bepaalt, kan redelijkerwijze tegen een wettelijk voorschrift van deze strekking geen bezwaar worden geopperd. In dat geval zal het beginsel toepassing vinden, hetwelk aanbevolen werd door de Nederlandsche Commissie van Enquête omtrent het Tramwegpersoneel.

Met dit beginsel ware echter niet in overeenstemming 'de beoordeeling der reglementen uit een oogpunt van billijkheid: een ingrijpen

Sluiten