Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uit aan Onzen Minister van Koloniën van zijne bevindingen hieromtrent zulks vergezeld van een duidelijk overzicht over de geldelijke verhouding tusschen de maatschappij en het Land en met vermelding van de door hem in den loop van dat jaar verrichte werkzaamheden.

Art. 7.

De Gouvernementscommissarissen houden ieder een register van hunne inkomende en uitgaande briefwisseling en dragen zorg voor eene overzichtelijke inrichting van hun archief.

Art. 8.

De Goüvemementscommissarissen mogen niet zjjn aandeelhouders in de maatschappij.

* Art. 9.

Indien de Gouvernementscommissaris in Nederland door ziekte of anderszins verhinderd wordt zijn toezicht naar behooren uit te oefenen is hn' verplicht daarvan aan Onzen Minister van Koloniën kennis te geven.

Art. 10.

1) Hetgeen in de voorafgaande artikelen bepaald is ten aanzien van den Gouvernementscommissaris bij het plaatselijk comité in Indië, geldt mede met betrekking tot diens plaatsvervanger, wanneer hij als zoodanig optreedt.

2) Artikel 8 is op dien plaatsvervanger toepasselijk.

Onze Minister van Koloniën is belast met de uitvoering van dit besluit.

's Gravenhage, den 26 Juh 1918. (get.) WILHELMINA.

De Minister van Koloniën,

(get.) Th. B. PLEYTE.

Sluiten