Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1912 gewijzigde rechtspleging voor het krijgsvolk te lande vastgesteld.

De groote fout van 's Hofs procedure, omslachtigheid en wijdloopigheid, is, zooals voor de hand ligt, in het zoo drukke mobilisatietijdperk sterker dan ooit te voren tot uiting gekomen.

Ik ben begonnen met eene zinsnede aan te halen uit het praeadvies van Mr. van Slooten, en daarmede wil ik ook eindigen. Op bladz. 23 betoogt de Haagsche krijgsraad-president op de hem eigen kernachtige wijze:

„Militaire rechtspleging moet snel zijn. De handhaving van orde „en tucht moet uit de vlotte hand geschieden, elke aarzeling, elk „talmen, elk gezeur suggereert gebrek aan kracht en aan macht, is „oorzaak van nieuwe ontbindingsverschijnselen."

Het Hof heeft „achterstand" weten te verhoeden, doch zoolang het, volgens de Instructie van 1814 „provisioneel" moet volgen de stjjl van practijk tot in den jare 1810 in gebruik geweest bij den Hove van Holland, kan het, zelfs bij uiterste krachtsinspanning, allerminst „vlot" recht doen in buitengewone tijden, zooals wij die van Augustus 1914 af doorleefd hebben, terwjjl juist in dergelijke tijden het tuchtbelang meer dan anders eene vlotte rechtspraak vordert.

Ik heb gezegd.

De heer Mr. G. j. Jutte:

Mijnheer de Voorzitter!

Wanneer ik het onderneem in deze bijeenkomst het woord te voeren, dan geschiedt dit, omdat beide prae-adviseurs in hunne waardevolle adviezen zich onthouden hebben de aan de orde zijnde vraag te beantwoorden, daarbij binnen hunne bemerkingssfeer trekkend de militair-rechterlijke organisatie bij de Zeemacht.

Dit is wel jammer, want het ware zeer interessant geweest die scherpzinnige speurders ook op dit terrein te hebben zien werken. Maar begrijpelijk is het, want de Zeemacht is voor outsiders in den regeleen afgesloten terrein en met de maritiem-militair-rechterlijke organisatie is het niet veel anders gesteld.

De maritiem-militaire wetben hebben het ook niet bijzonder aanlokkelijk gemaakt kennis met haar te maken.

iZou iemand, zonder een deugdelijken gids, het willen ondernemen door eenvoudige bestudeering van de R. Z. zich een beeld te vormen van de militair-rechterlijke organisatie voor de verschillende toestanden, waarin de krijgsmacht ter zee kan komen te verkeeren, tien tegen een, dat hem dit niet zou gelukken. Tk zou bijvoorbeeld die speurders wel eens tot de conclusie willen zien komen, dat de Commandant van de Gezantschapswacht te Peking het recht heeft zijn onderhebbenden naar den zeekrijgsraad te Soerabaja te verwijzen. Dit speelt hij niet licht klaar. j

Laat dit echter de speurders niet'doen wankelen m hun zelfvertrouwen, want ik geloof, dat de kop nog moet gevonden worden, die de artikelenreeks van de Rechtspleging bij de Zeemacht 8, 17, iö, 26. 112 117 en 123 in onderling verband kan begrijpen.

Sluiten