Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der behandelde zaken door de landkrijgsraden bij, dat der behandelde zaken door den zeekrijgsraad dan krijgt men zeer stellig den indruk, dat de zeekrijgsraad het op zijn slofjes heeft afgekund. Toch zou men zich daarin wel eens kunnen vergissen. Ik zal eenige getallen noemen. In 1914 werden 186 personen naar den krijgsraad verwezen. In de jaren 1915, 1916, 1917 en 1918. waren die .getallen resp. 197, 294, 301 en 457.

Bedenkt men nu, dat de leden van den zeekrijgsraad bleven actieve officieren, wien in hoofdzaak andere werkzaamheden waren opgedragen, dat de president en de fiskaal niet werkten met plaats, vervangers, behalve natuurlijk in geval van verhindering of verlof, dat de secretaris, in den regel lalthans, niet beschikte over eenige schrijvershulp, dat de fiskaal in zijn administratieve werkzaamheden werd bijgestaan door slechts één sergeant-majoor van de .mariniers, die tevens was exploiteur, provoost-geweldige en die ook was conciërge van het krijgsraadgebouw en er nooit eenige achterstand is geweest, dan zal men misschien toegeven, dat voor die sobere bezetting er werk volop is geweest.

Als ik nu de aan de orde gestelde vraag kortweg beantwoord met een „het gaat nog al" moet men niet denken, dat ik van meening ben, dat men een volgend mobilisatietijdperk met een gerust gemoed zou kunnen ingaan.

Geen idee van. Ja, als men er zeker van was, dat het bij den mobilisatietoestand zou blijven, dan zou daartegen geen bezwaar zijn, maar daarop mag ee» verstandig mensch zijn bestek niet afzetten.' Ware de oorlog inderdaad uitgebroken, dan zou men aldra bemerkt hebben, dat de zaak vastliep. Het zou zeker niet practisch gebleken zijn met slechts één zeekrijgsraad te werken. Er zouden zich zelfs omstandigheden hebben kunnen voordoen, dat dit onmogelijk was, bijv. wanneer de communicatie tusschen Noord en Zuid was verbroken. Dan zou in het euvel nog te voorzien zijn geweest door een tweeden zeekrijgsraad bijeen te roepen in het Zuiden, maar hoe te handelen, indien de communicatie met Utrecht ware verbroken? Dan zou, wegens de onmogelijkheid om op eenig vonnis approbatie te krijgen of om eenig appel bij het hof voortgang te doen vinden de geheele zaak lam gelegd zijn.

Nu ben ik inderdaad de meening toegedaan, dat de militair-rechterlijke organisatie bij de zeemacht in dezen mobilisatietijd vrij behoorlijk heeft voldaan, alleen hebben de gebreken, die er reeds aankleefden in gewone tijdsomstandigheden, zich in dien tijd nog scherper afgeteekend. Ik noem dan in de eerste en voornaamste plaats do traagheid, waarmede die organisatie werkt. Dit euvel komt niet op rekening,. — en het is mij een voldoening, dit tegenover de zwarte schildering op dit punt van de beide prae-adviseurs te zeggen — van den officier-commissaris. De officier-commissaris bij de Marine heeft over het algemeen goed en vlot werk geleverd.

Ik zeg het den eersten prae-adviseur na: militaire rechtspraak moet snel zijn. Waarom is het noodig, dat desertie-, dienstweigering- en

Sluiten