Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De militair-rechterlijke organisatie heeft naar mijne meening voldaan aan hetgeen redelijkerwijze van haar kon worden verwacht, gezien de gebrekkige organisatie en de bekwaamheden van hen, die aan die organisatie moesten medewerken.

U ziet, Mijnheer de Voorzitter, dat ik zeer voorzichtig ben in het uitspreken van mijn oordeel en ik zou, wat de militair-rechterlijke organisatie in het algmeen betreft, een beetje „zwakke" vrijspraak willen vragen. Maar mischien zou de Jrechter er meer voor voelen eene voorwaardelijke veroordeeling uit te spreken, onder beding, dat zoo spoedig mogelijk de geheele organisatie in onderlinge samenwerking worde herzien en het zou dan zeer wènschelijk zijn om daaraan een proeftijd te verbinden van niet te langen termijn, binnen welken, deze reorganisatie zal moeten tot stand komen.

De heer Mr. G. H. E. Nord Thomson:

Mijnheer de Voorzitter!

Een belangrijk onderdeel van het onderwerp, dat hier heden wordt besproken, is wel, of de personen, die belast zijn geweest op de een of andere wijze met eene functie bij de militaire rechtspraak hebben voldaan, dan wel of over hen een ongunstig oordeel moet worden uitgesproken.

U begrijpt Mijnheer de Voorzitter, dat het allerminst mijn bedoeling is om hier over bepaalde personen een oordeel te vellen. Dit zou mij niet passen en ik zou het ook niet kunnen.

Ik wil dan ook alleen nagaan, of ^n de verschillende stadia van het militaire strafproces, in het algemeen aan de verschillende factoren, die daaraan hebben medegewerkt, lof kan worden toegezwaaid, en ik wil ook nagaan, of het systeem van onze wetgeving, dat met hét vooronderzoek belast alleen leeken -— wanneer ik spreek van leeken dan bedoel ik leeken van juridisch standpunt -— met de behandeling in eerste instantie leeken met een rechtsgeleerden voorzitter, en met de behandeling in tweede instantie een college, bestaande uit meerdere juristen en leeken, werkelijk het juiste en goede systeem is.

Ik vind het in dit verband eigenaardig, dat in hoe verder istadium van het strafproces men komt, des te minder de kritiek wordt.

•In de prae-adviezen is nedergelegd, hoe de schrijvers oordeelen over het vooronderzoek, over het onderzoek speciaal voor den officier-commissaris; en ik zou er aan kunnen toevoegen: hetzelfde geldt voor het onderzoek dat bij het korps wordt gehouden, dat de basis oplevert voor de telastlegging, zooals zij door den auditeurmilitair zal worden geconcipieerd, en dat, zoo het niet goed gehouden wordt, oorzaak kan worden dat van het proces niets terecht komt en de beklaagde, ook al is hij schuldig, zal moeten Worden vrijgesproken.

De groote moeilijkheid voor den auditeur-militair is juist om uit de gegevens, welke hij krijgt van dengene die het vooronderzoek

Sluiten