Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

academie heeft verlaten en ik kan mij aansluiten bij de verschillende sprekers, die plannen in die richting hebben ontwikkeld. Ik kan ook wel iets voelen voor hetgeen Mr. Nord Thomson heeft gezégd. Ik zou ook willen een cursus, doch die voornamelijk gericht is op de praktijk, en waar behandeld wordt het commuun materieel strafrecht, strafvordering tot op zekere hoogte en daarnaast het militaire materieele recht en het militaire procesrecht.

Maar daarmee alleen zijn wij er niet. De hoofdoorzaak van het feit, dat het optreden van officieren op militair-rechtelijk terrein in het algemeen niet aan matige eischen voldoet en daartegen zooveel klachten ingebracht kunnen worden, is nog niet genoemd. Zij is deze, dat er geen belangstelling voor het vak bestaat, althans een zeer onvoldoende belangstelling, dat verreweg de meeste officieren, als zij de academie verlaten hebben, nooit «meer een werk op het gebied van strafrecht inzien. Dat is de groote fout; daartegen kan de opleiding weinig doen, zelfs al zou men hebben universitaire opleiding. Stel u voor een student, die onmiddellijk nadat hij de universiteit heeft verlaten zijn boeken nooit meer inkijkt. Dan weet hij er na vijf jaar niets meer van dan een cadet, die hetzelfde heeft gedaan, en dit is m.i. de hoofdoorzaak van de grieven, die men tegen het optreden van officieren en militaire rechters inbrengt, en van hooger hand wordt niets gedaan om daarin verandering te brengen. Ik zal opsommen, wat gedaan i§, om de rechtsstudie der officieren aan te moedigen, op gevaar af, dat de vergadering zal denken, dat ik een grap vertel. Omstreeks 1828 is er een order verschenen van detf Commissaris-Generaal van Oorlog, waarin werd bepaald, dat ieder officier in het bezit moest zpn van het militair wetboek. In 1907 verscheen in de Justitieele Voorschriften een aanbeveling aan de officieren om zich toe te leggen op de studie van het militair strafrecht. In 1913 werd deze met de Justitieele Voorschriften weer ingetrokken, terwijl in 1919 door den tegenwoordigen Minister van Oorlog een legerorder werd uitgevaardigd, waarbij den korpsbibliotheken werd aanbevolen het Mihtair-RechteUjk Tijdschrift aan te schaffen.

Meerdere aandrang op de officieren om zich toe te leggen op de studie van het militaire recht heeft, voor zoover ik weet, niet plaats gehad.

Wat gedaan moet worden, is niet zoo gemakkelijk te zeggen, maar als er van hooger hand geen groote druk op de officieren wordt uitgeoefend zal er geen verbetering komen.

Ik sluit mij dan ook aan bij hen, die een speciale opleiding wenschen, naast de algemeene, die voor officieren noodig is, voor de toekomstige officieren-commissaris en leden van den krijgsraad, maar dan zal het ook aanbeveling verdienen een vakcursus in te richten als speciale afdeeling van de Hoogere Krijgsschool. Er moet belangstelling worden gekweekt voor dit vak en den officieren moet het begrip worden bjj gebracht, dat dit deel van ons vak even belangrijk is als de andere deelen. Als men den cursus verbindt aan een universiteit, staat hij te veel buiten het leger en trekt de groote massa der officieren er

Sluiten