Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zich niets van aan. Alleen wanneer wij den cursus verbinden aan de Hoogere Krijgsschool, waar dan les zal moeten gegeven worden door rechtsgeleerden,x waaronder een auditeur-militair, dan zou de noodige belangstelling misschien worden gewekt en dit vak beschouwd worden als gelijkwaardig aan de tactische vakken.

De heer Mr. J. Offebhaus:

Mgnheer de Voorzitter! Wanneer ik een oogenblik de aandacht van de vergadering vraag, is het om ook van mnn kant licht te werpen op een onderdeel van het belangrijke onderwerp, het vooronderzoek, dat door verschillende sprekers behandeld is, vooral door de jongere sprekers. Dit laatste is niet te verwonderen, omdat die jongeren veelal contact hebben gehad met den troep, met de instructie en de krijgsraden. Ik voor mij geloof, dat het vooronderzoek veel te wenschen overlaat en de verwaarloozing van de juridische eischen, meer dan van de militaire, heeft m.i. geleid tot de bezwaren, die in de prae-adviezen tegen de militaire rechtspleging worden opgesomd. Ter verbetering van het vooronderzoek zou een snelle en goede repressie van den militair die gedelinqueerd heeft, wenschenjk zijn, in het belang van den delinquent en van zijn omgeving, zoowel als in dat van het leger en van het geheele volk.

Die instructie is daarom van zooveel gewicht, omdat daar het bewijsmateriaal verzameld wordt, en niet pas voor den krijgsraad zeiven, waar minder of in het geheel geen getuigen verschijnen, maar alleen de beklaagde.

Ik ben het dan ook niet eens met den prae-adviseur, die groot bezwaar heeft tegen de instructie in het algemeen, zoowel in burgerlijke, als in militaire strafzaken, omdat, zooals hij zegt, de officier alleen hooren kan en zijn andere zintuigen niet gebruiken.

Ik zou zeggen, dat juist in het garnizoen de instructie zooveel waard is, omdat bij en in het kader de officier-commissaris niet alleen alles kan booren, maar ook waarnemen. Men zegt wel eens, dat een officier oogen in den rug moet hebben, maar ik geloof, dat dit in de allereerste plaats voor den officier-commissaris noodzakelijk is en daarom juist is de instructie in het leger van zooveel waarde.

Nu meen ik, dat de instructie zooveel te wenschen overlaat, omdat het juridisch element daarbij niet voldoende in acht genomen wordt.

Ik heb wel "processen-verbaal gezien, waarin de officier-commissaris een veel te .uitvoerig en gedeeltelijk niet ter zake dienend relaas van de feiten gaf of ook, waarin bij een juridische omschrijving van het delict gaf zonder de leiten, waarop het vonnis later moest worden gebaseerd, zoodat wanneer de auditeur-militair of de krjjgraad de stukken in handen kreeg wel bleek, dat iemand had gestolen, maar niet op grond van welke feiten men tot die conclusie was gekomen.

Sluiten