Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vandaar ook de terugzending van de dossiers door den auditeurmilitair naar den officier-commissaris, vandaar ook het langdurig oponthoud en misschien ook wel, dat het getal vrijspraken van commune delicten relatief zooveel grooter is dan van militaire delicten.

Het snel onderzoek heeft daarom zulk een voordeel, omdat in den mobilisatietijd gebleken is, dat er zooveel vermogensdelicten zijn gepleegd door kokspersoneel, menagemeesters, enz., welke onvoldoende of in het geheel niet zijn vervolgd.

Ik wil niet zeggen, dat het opportuniteitsbeginsel niet zou moeten worden gehanteerd — dit is in het leger even noodzakelijk als bij burgerlijke strafvervolgingen — maar ik ben er van overtuigd, dat tal van delicten niet zijn vervolgd, die vervolgd hadden moeten worden in het belang van het leger, van den Staat en van de schatkist, omdat de zaak niet onmiddellijk is aangepakt op de plaats waar zjj aangepakt had moeten worden; was dit gebeurd dan zouden heel wat minder verduisteringen hebben plaats gevonden. Allerlei maatregelen heeft men genomen; kamerwachten, kamergenooten werden aansprakelijk gesteld; het ging veelal langs een omweg in plaats van den directen weg te bewandelen en een goede instructie te bevorderen.

Ik zou daarom allereerst willen aandringen op uitbreiding der 'bevoegdheid van hen, die het huishoudelijk onderzoek hebben te leiden, er is thans immers slechts één enkel artikel, dat spreekt over het huishoudelijk onderzoek. Dit heeft zooveel waarde, omdat de officier, die dit onderzoek houdt, allereerst het materiaal moet verzamelen en nu geen leidraad heeft, zoodat men ten slotte verbalen krijgt, die voor een behoorlijke beoordeeling van het ten laste gelegde absoluut onvoldoende zijn.

Vervolgens is een voornaam ding de conclusie, waartoe de heer de Boer komt, dat de officier-commissaris spoediger moet optreden dan nu; dat hij niet moet wachten tot de verwijzing, maar'zoo gauw mogelijk met zijn onderzoek moet kunnen voortgaan.

Niet zou ik dus willen gaan in de richting, welke de heer van Nispen tot Sevenaer heeft aanbevolen. Deze wil het opportuniteitsbeginsel ruimer opvatten en den garnizoenscommandanten grootere bevoegdheid geven om zaken niet te vervolgen en die bevoegdheid ruimer doen toepassen.

Het gevolg daarvan zou zijn dat zaken, welke voor den krijgsraad moeten komen wegens den ernst van het geval, — b.v. gevallen van insubordinatie, zooals hij noemde — daar niet komen. Dergelijke ernstige zaken mogen niet te spoedig discipbnair afgedaan worden. Men moet het hierin vinden, dat het aantal menschen, die bij de krijgsraden en bij bet vooronderzoek werken, uitgebreid wordt en dat zij beter onderlegd worden, en niet hierin, dat het aantal zaken, die bij den krijgsraad komen, minder wordt.

Als men ter hand neemt bet middel van de betere opleiding der officieren-commis-aris, dan zal mën aan den anderen kant misschien ook kunnen bereiken, dat de verdediging meer invloed krijgt op de

Sluiten