Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In het Wetboek van Strafvordering heeft men duidelijk de verschillendè autoriteiten aangewezen en is het systeem geconcentreerd bij de rechtbanken. Bij de militaire rechtspleging behoort m.i. evenzoo alles te zijn geconcentreerd op en bij de krijgsraden, die in eiken stand voor den gang der berechting mede verantwoordelijk moetén zijn, ook bijv. voor het feit, dat iemand te lang in arrest zit. Dit laatste kan worden voorkomen door de bepaling uit het Wetboek van Strafvordering over te nemen, dat een arrest van zelf vervalt, wanneer het niet bijv. na een maand en van maand tot maand door den krijgsraad wordt verlengd.

Evenzoo heeft de ervaring mij geleerd, dat het wenscheljjk is, dat de verdediger in de instructie wordt toegelaten. Dit zou wellicht den achterstand kunnen vergroóten, n.1. wanneer de officier-commissaris, die de algemeene leiding heeft, niet behoorlijk paal en perk aan onnoodige uitbreiding weet te stellen.

De gewone soort beklaagden, voorzoover ik ze heb leeren kennen, zijn geen menschen, die eigenlijk veel om het proces geven; zij staan er min of meer lijdelijk tegenover en zijn dikwijls beter dan uit de stukken blijkt. Zij geven slechts om de straf. De leden van dén krijgsraad oordeelen op hetgeen zij lezen in de stukken, die prikkellectuur zijn in zooverre ze de gedachten en indruk over zaak en persoon bij voorbaat vastleggen. Daarom moet m.i. de verdediger in de instructie worden toegelaten. Dan komt de verdediging van den beklaagde als gelijke prikkel als het bewijs van zijn schuld. Alleen wanneer de officier-commissaris wat slap is, zou de verdediger de leiding kunnen krijgen. Dit is verkeerd, maar dit kan ook in het burgerlijk proces gebeuren. Een beklaagde, die ontkent, verwekt strijd, want de officier-commissaris dient de feiten tot klaarheid te brengen, het bewijs van beklaagdes schuld te verzamelen en te cönstrueeren, natuurlijk in het nadeel van den beklaagde, maar dan moet het verweer van dezen ook behoorlijk tot zijn recht komen.

Het arrest behoort te staan onder de rechtstreeksche controle van den krijgsraad, opdat men zich niet alleen tot dezen kan wenden, wanneer het te lang duurt, maar ook inderdaad wende, wat thans tot de hooge uitzonderingen behoort. De beklaagde denkt daar nooit aan en blijft maar zitten, zoodat ik wel eens den indruk heb gekregen, dat men hem bij den troep, in een kazemat van een fort of op andere wijze, totaal was vergeten. Door toevoeging van een verdediger in de instructie maakt men het mogelijk dezen misstand te beëindigen, daar deze de vereischte stappen tot vrijlating of voortzetting der zaak kan doen.

De heer E. G. de Wijs:

Mijnheer de Voorzitter! Wanneer ik mij alsnog mag veroorloven eenige oogenblikken de aandacht van de vergadering te vragen, dan doe ik dat om enkele korte opmerkingen te maken naar aanleiding van sommige passages

Sluiten