Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In de eerste plaats zou ik willen waarschuwen tegen de z.g. sportieve opvatting van de terechtzitting. Velen doen het voorkomen, alsof de beklaagde hij de vervolging, die tegen hem gericht is, het object is van een soort vermakelijke jacht, waarbij hem allerlei kansjes moeten worden gegeven, alsof de jurisdictie een spel is, waarbij vóórgiften moeten worden verleend. Men stelt het voor als een jacht, waarbij de 'een de vos is en de ander de jager, die den vos moet achterhalen, en waarbij de laatste aan zekere regelen gebonden is alleen om de vervolging niet al te gemakkelijk te maken.

Inderdaad is dit niet het geval; ware het zoo, dan zou het heele proces ontaarden in een spel van kat en muis. De justitie draagt geen rooden rok maar een zwarte toga en het werk, dat zij Verricht, is geen publieke vermakelijkheid maar een onverbiddelijke arbeid.

Ik wil ook waarschuwen tegen een sensationeele opvatting van het werk der justitie. Het is mode, om in alles sensatie te zoeken en te brengen, maar de misdaad en de misdadiger zijn zoo weinig sensationeel en men doet beter de zaak kalm en zonder ophef te behandelen. Wanneer de heer de Boer ertegen is, om aan dengene, die ter terechtzitting verschijnt, omdat hij zijn meerdere een klap heeft gegeven, te vragen: hebt gij uw meerdere een klap gegeven, waarop deze antwoordt: ja, dan zou ik willen vragen: wanneer er verder niets is voorgevallen, waarom zal men dan het doopceel van dien man nog verder gaan lichten? Waarom zal men hem verder vragen of de geslagene hem de andere wang niet heeft toegekeerd, waarom zal men hem andere vragen stellen, die met het gewicht van de zaak weinig of niets te maken hebben? Wanneer de zaak eenvoudig ligt. laat men ze dan eenvoudig behandelen.

Wat de instructie betreft is blijkbaar de algemeene opvatting der vergadering deze: dat ze niet al te best is. Ik heb dat ook gezegd, maar ik wensch daaraan nadrukkelijk toe te voegen, dat dit niet ligt aan gebrek aan ijver bij de officieren-commissaris. Door de officieren-commissaris is over het algemeen eerder te veel dan te weinig gewerkt. Veel van hetgeen zij gedaan hebben had gerust achterwege kunnen blijven. Maar juist dat vele was in zijn soort niet toereikend om het gewenschte resultaat te bereiken. En wat het vertragen van de zaak aangaat, daaraan hebben niet alleen de officieren-commissaris schuld; er is ook veel schuld bij den z.g. hiërarchischen weg, dien de stukken moeten volgen. Het is voorgekomen, om een voorbeeld te noemen, dat in een dossier een brief lag van den secretaris van een officier-commissaris, die daarin woordelijk schreef: „dezer dagen zijnde op het bureau van die en die compagnie werd door mij bijgaand dossier onder in een kist aangetroffen! Hoe het daar gekomen was, wist niemand. Het had er reeds maanden lang gelegen en ik meende daarom goed te doen met dit dossier thans aan den auditeur-militair in te zenden om daarop verder acht te slaan". Lang geleden had die zaak echter reeds moeten voorkomen.

Mijnheer de Voorzitter! Dit is een geval uit.vele. Het is herhaal-

Sluiten