Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet te veel op den voorgrond schuive bij de keuze der leden van den krijgsraad.

Van 20 zaken, welke voor den krijgsraad komen, is er, soms maar één waarbij het noodig is om een meer dan oppervlakkigen juridischen kijk op de dingen te hebben, maar één, waarbij juridisch moet ^worden geredeneerd om tot eene opinie te komen. Ik zeg: „eene" opinie; ik zeg niet: de „juiste" opinie, want wanneer door ten jurist een opinie wordt gevormd, zijn er aanstonds tal van andere juristen, die beweren, dat deze opinie glad verkeerd is.

In alle zaken echter is het noodig, dat de rechter andere qualiteiten heeft.

In de eerste plaats moet hij een kijk hebben op het leven; hij moet het leven kennen en de moeilijkheden en verleidingen, waaraan iedereen, maar voornamelijk de menschen uit de lagere volksklasse dagelijks bloot staan. Vervolgens moet hij hebben menschenkennis en intuïtie om gedurende de korte oogenblikken, dat hij de menschen voor zich ziet als het ware te proeven met wat voor soort personen' hij te doen heeft.

Ook moet hij vrij zijn van „Streberei" en oogendienarij, vrij van vrees, hetzij voor hoogste autoriteiten, hetzij 'voor het kwaadaardigste gepeupel, onbevangen in zijn oordeel waar en onder welke omstandigheden dan ook.

Eindelijk moet de rechter zich te midden van de onvermijdelijke eentonigheid van zijne dagelijksche bezigheden vrij weten te houden van werktuigelijkheid en routine en voor elk bijzonder geval een behoorlijke mate van belangstelling weten te reserveeren.

Ik zou zoo nog lang kunnen doorgaan; maar wat ik zeggen wil komt hierop neder.

Wanneer men militairen juristen maakt, dan zal men nooit verder komen dan tot het nemen van een halven maatregel. Men zal nooit juristen van de bovenste plank maken maar altijd menschen met een halve kennis, en een halve jurist kan wel zijn een spitsvondig jurist, maar het wordt nooit een scherpzinnig jurist. Hij zal altijd meer denken aan de formeele moeilijkheden, hij zal altijd meer gevoelen voor slimmigheden en subtiele redeneeringen en hij zal lichter dan een ander, die over die moeilijkheden heen is, komen tot het wijzen van een misschien zeer aardig en spitsvondig maar in sociaal opzicht deplorabel vonnis.

En nu zou ik het jammer vinden, wanneer men maakte een klein korps van militaire juristen, waaruit de rechters gekozen moeten worden.

Ik wil niet zoover gaan als koning Frederik de Groote, die gezegd heeft: „Ich gebe alle Advokaten mit ihren ganzen Subtilitatenkram für einen ehrlichen Offizier"; maar ik zou het jammer vinden, wanneer wij kregen een troepje officieren, die alles zouden moeten weten • op dit gebied, en uitgesloten zouden worden de uitstekende krachten, welke daarbuiten in ons Nederlandsch officierskorps voor het rechterambt te vinden zijn.

Sluiten