Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

detineerden e. d. bij de militaire justitie schering en inslag zijn geweest.

Dit geldt van de hoofdlijnen van de debatten.

Nog een enkel woord over de opleiding van de officieren. Ik wil beginnen met mijn excuus te maken, dat ik in mijn prae-advies aanleiding heb gegeven tot de gedachte, dat ik alle leeraren in militair recht ongeschikt zou achten voor hun taak. Ik weet zeer goed, dat dit niet het geval is en ik behoef niet eens namen te noemen om dit te weten. Wel heb ik willen te kennen geven, dat blijkbaar de zorg, die besteed wordt aan het uitzoeken van leerkrachten niet zoo groot is als wel gewenscht mag heeten.

Wanneer men het onderwijs in het militair recht beschouwt als een belangrijke zaak, is het natuurlijk niet mogelijk, dat iemand, die er zelf niet het flauwste benul van heeft, tot het geven van dat onderwijs zou worden benoemd. Het is dan ook in de verste verte niet mijn bedoeling geweest een blaam te werpen op hen, die aan die inrichtingen les geven.

Nu zou ik over klachtzaken, in dit debat besproken, nog wel het een en ander willen zeggen, maar ik zal dit liever niet doen, omdat ik meen, dat zij buiten het kader van dit onderwerp vallen.

Ik geloof, dat ten opzichte van klachtzaken de mobilisatie weinig bijzonders heeft opgeleverd en er dus hier niet veel over behoort gezegd te worden. Alleen zou ik willen opmerken, dat ik het volkomen eens ben met de sprekers, die erf heden over hebben gesproken en dat ik daarin versterkt ben door de belangrijke uiteenzetting van den generaal Koolemans Beijnën. Ik hoop — en dit is ook voor de balie van groot belang — dat het Hoog Militair Gerechtshof er mettertijd toe zal komen die klachtzaken te behandelen zooals heden is be^ sproken.

Door den heer de Wijs is er reeds op gewezen, dat men hier eigenlijk niet mag spreken van den cursus bij de marine. Inderdaad was dit minder juist en was het niet mijn bedoeling te zeggen, dat, naar mijne meening, bij de landmacht een cursus moet worden gevolgd. Ik zou dit verkeerd achten, wanneer men daaronder verstaat een schoolsche opleiding tot het vak van rechterlijk ambtenaar; Ik geloof, dat vrije studie, wat men zeker wel aan mannen van positie, als de officieren, kan overlaten, van veel meer belang is dan een bepaalde opleiding.

Mr. Van Slooten heeft met een kernachtig woord gezegd welke eischen men aan den rechter moet stellen; daarvan zou door een schoolsche opleiding weinig terecht komen en daarom verdient een academische opleiding, gelijk in Amsterdam gegeven wordt, veruit de voorkeur. Ik heb dit in het kort in mijn prae-advies ook reeds gezegd.

Ten slotte nog een opmerking over iets, dat mijn geachte medeprae-adviseur tegen mij te berde heeft gebracht.

Ik heb geen blaam willen /werpen op de presidenten van de krijgsraden, dat zij bij de zittingen de getuigen en de beklaagden te opper-

Sluiten