Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EENIGE MEDEDEELINGEN UIT DE GESCHIEDENIS DER LOUISA-STICHTING.

NDER meerdere beschikkingen ten voordeele der Broederschap, bestemde de Grootmeester der Orde in 1841, ter gedachtenis aan zijn 25-jarig grootmeesterschap, eene som van ƒ 9000.— om de opbrengst daarvan te doen strekken tot liefdadige doeleinden.

Dit kapitaal, de grondslag van het zoogenaamd «Liefdefonds», werd door jaarlijksche bijdragën der leden zeer versterkt.

In 1862 werd in de Loge «L'Union Royale» te 's-Gravenhage voorgesteld, bepalingen te maken tot regeling der bestemming van dit fonds en werd in de eerste plaats gedacht aan een Opvoedingsinrichting voor kinderen van overleden minvermogende Vrijmetselaren. Deze Loge vond in haar streven alle steun en sympathie bij Z. K. H. Willem Frederik Karel, Prins der Nederlanden, Grootmeester der Orde.

Op het Groot-Oosten van 31 Mei 1863 werd dit plan in behandeling genomen, en in beginsel goedgekeurd, door het nemen van het besluit: «dat het Liefdefonds bestemd is tot vestiging van een opvoedingsgesticht voor kinderen van overleden minvermogende Vrijmetselaren onder nader daaromtrent vast te stellen bepalingen.»

Tegen dit besluit werden in dien tijd vele bezwaren geopperd. Enkelen meenden, dat direct begonnen moest worden met het toekennen van geldelijken onderstand of bedeeling aan nagelaten weezen, anderen achtten het niet gewenscht, dat de Orde zichtbaar naar buiten werkte, daardoor misschien aanstoot geven en op deze wijze de reeks harer vijanden nog zou vergrooten. Ook werd de vrees geuit, dat de kinderen uit een Mac. opvoedingsinstituut na

Sluiten