Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gelukkig is hij, voor wie de klank «thuis» een recht aangename snaar in zijn gemoed doet trillen.... dat heiligdom, waar men zich na gedanen arbeid na elders genoten vreugde, na een korte uitstedigheid of na ondervonden leed kan nedervlijen en vrijuit kan spreken.... 't heeft iets bekoorlijks voor de ziel, iets heerlijks voor het gemoed.

Wij die thans «de wereld» kennen met al haar hardheid;, kunnen met een innig gevoel van welgevallen aan dat eerste thuis terugdenken, waar uit alle hemelstreken - de Orde is immers verspreid over alle deelen van den aardbodem — zeven vreemde kinderen tot elkander kwamen, die, allen verschillend in leeftijd en aanleg en karakter, voortaan één kringetje zouden vormen ter opleiding voor dat groote menschenleven.

Moeten we thans niet met groote erkentelijkheid getuigen, dat het te danken is geweest aan de tactvolle leiding van den Heer K. Veeger en diens liefdevolle gade, dat het zevental één gezin is geworden, waarin steeds onderling eendracht en eensgezindheid werd gevonden. Waarlijk daar is de coëducatie betracht op zoo oordeelkundige wijze, dat geen beter systeem van opvoeden denkbaar is.... dat waren zusters en broeders in den goeden zin des woords. Toen na enkele jaren de kring der zeven uitverkorenen moest' uitgebreid worden en een paar nieuwe broertjes en zusjes hun intrede zouden doen in ons zoo echt huiselijk en gezellig kringetje, toen werd er gezucht en gemopperd, ja er vielen zoowaar waterlanders.

Wat prettige dagen brachten we onder dat ouderlijk dak door! Hoe levendig staat ons nog de indeeling van dat statige woonhuis voor den geest.... die ruime vestibule en marmeren gang, die deftige hooge vertrekken o. a. de beide kamers aan straatzijde, regenten- en directeurskamer — denk terug aan die breed openstaande suitedeuren, onmiddellijk in verbinding staande met de zoogenaamde meisjeskamer, een ruim vertrek, waar we alle zeven zaten te werken, te spelen, te keuvelen, te zingen, te knutselen.

Nog niet in de buitenwereld school gaande werd ons daar hoofdelijk onderricht verstrekt.... de lessen van den Heer E. Wijers en van den zangonderwijzer G. A. j. Goudal .... wie herinnert ze zich niet levendig?

Later de buitenscholen bezoekende, werd des avonds in die recht gezellige huiskamer - waar de drie meisjes haar kastjes hadden, de z. g. pronkkamertjes van alles wat privé-bezit was — die der jongens bevonden zich in de eetzaal — het schoolwerk gemaakt en de lessen geleerd.

Sloeg het klokje van gehoorzaamheid, dan toog de schare naar de aan het einde van den gang gelegen eetzaal. Wie herinnert zich niet de ernstige stem van den Heer Veeger, als hij bij ontbijt of avondeten een stuk uit een stichtelijk dagboek voorlas.... hoe op een ander keer de wanden dreunden van ons gelach en gezang, hoe alles feestelijk werd versierd ter gelegenheid van

Sluiten