Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geweten, gemakkelijker zullen gehoorzamen aan dién algemeen bekenden vriend met ijzeren hand en: koel gebiedend oog.

Gehoorzaamheid is eene eerste vereischte voor de huiselijke tucht, die moet werken als Tollens zegt: «een onbevolen tucht regeert het gansch gezin.»

Het spreekt vanzelf, dat de gehoorzaamheid, die van de jongsten gevorderd wordt, anders is dan de volgzaamheid, van de ouderen geëischt. Wij allèn kennen het Maconnieke gebod: «Wees vóór uwe kinderen tot hun tiende jaar een meester, tot hun twintigste een vader en tot den dood hun vriend.» Ieder, die de noodige tact bezit, of, zooals men meer algemeen zegt, ieder, die slag heeft met kinderen om te gaan, zal zelf de wegen vinden.

In de eerste plaats moeten de pupillen leeren, later zelfstandig op te treden; en geen beter middel om dit te leeren, dan het hebben van verantwoordelijkheid.

Iedere jongen krijgt een beurt, dat hij «kamerwacht» is, en zorgen moei voor de orde en de netheid der jongenskamer; een ander is opgedragen de werkplaats schoon te houden, een derde is belast met' het onderhoud deikonijnen.

Ook de meisjes zijn beurtelings belast met het opruimen der meisjeskamer en verder zijn haar van dié bezigheden opgedragen, die ieder meisje thuis verricht om moeder behulpzaam te zijn. Door deze regeling hebben alle pupillen van' die' kleine plichten te vervullen, die hen later zullen .leeren grootere plichten getrouw na te kómen en tevens wordt daardoor'tegemoet gekomen aan het verwijt, dat men vaak richt tot gestichten, n. 1. dat ze de kinderen zorgeloos en gemakzuchtig maken.

En toegestemd moét worden, dat dit verwijt niet gehéél ongegrond is: allés is steeds op tijd aanwezig, de pupillen zien geen ouderen werken, óni'aT het genotene te kunnen verkrijgen, en missen daardoor een krachtigen prikkel tot inspanning.

Bij krachtig ingrijpen is dit euvel wel te bestrijden, en dit zal des te gemakkelijker gaan, wanneer Directeur en Directrice vrij gelaten wórden ih de wijze , waarop zij de hun opgedragen taak willen vervullen.

Opvoedkundige leiding kan moeilijk van een groep menschen uitgaan, ze mist dan die vastheid, die voor de vorming van jönge menschen zóo noodig is. Wel kan in eene Stichting door het Bestuur in groote trekken worden aangegeven, welke richting men gevolgd wil hebben, maar in de uitvoering ervan moet ieder opvoeder volkomen'vrij zijn. Alleen in dit laatste geval zal hij zijne persoonlijkheid in zijn werk kuhnén leggen en daardoor de leiding aantrekkelijk maken.

Sluiten