Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

men minder kans, dat het werk uitgesteld wordt en afstel het gevolg is. Dat niet alle kinderen evenwel zoo geregeld werken en sommigen steeds weer gecontroleerd moeten worden is duidelijk. Opmerkelijk is het, dat men kan waarnemen tijden van ijverig studeeren, naast die van gebrek aan lust bij dezelfde kinderen.

Pupillen, waarvan men gewend is, dat ze zich beijveren hun schoolwerk af te maken, ziet men plotseling veranderen, hun werk komt niet af, alle lust ontbreekt, zonder dat geconstateerd kan worden, dat lichamelijke omstandigheden de oorzaak zijn. Met groote omzichtigheid moet dan worden opgetreden, daar hardheid tengevolge zou hebben, dat zij geheel bij de pakken gaan neerzitten. Opgewekte verstrooiing en zachte dwang bij het aansporen blijken vaak de beste middelen, den ouden lust te doen herleven.

Lectuur voor kinderen in de puberteitsjaren is eene bron van voortdurende moeilijkheden. Dezelfde jongens, die zoo traag zijn in het nemen van een studieboek, zitten vaak met een hoogroode kleur te lezen in een opwindend jongensboek en achten zich te kort gedaan, wanneer hun dat verboden wordt, immers: «anderen mogen het van hunne ouders wel lezen».

Ouders, die hunne kinderen meer toestaan dan wel goed is, bederven niet alleen hun eigen kinderen, maar maken het voor anderen lastig, die meenen hun kroost alleen dat te mogen}'geven, wat «des kinds» is. In de Stichting waar alleen het noodige gegeven wordt, gevoelt men vaak zoo diep, dat aan dè medèscholieren der pupillen te veel wordt gegeven en toegestaan. In een artikel van den Heer Z. de B. in De Avondpost is zoo krachtig op dit gevaar gewezen; hij schreef over «Luxe in het kinderleven», en luxe in kleeding, speelgoed, versnaperingen, uitspanningen en voeding, die naar niets lijkt.

Het is niet alleen moeilijk te verbieden, wat de kinderen van zoovelen zien toegestaan, maar er schuilt ook een groot gevaar in; het gevoel van miskenning, ontstaan door het verbod, kan schade doen aan het karakter. En dit gevoel van te weinig «mogen» wordt sterker, naarmate de pupillen meer of minder geregeld bij hunne familieleden komen, die vaak maar al te zeer geneigd zijn hunne jonge verwanten te beklagen. Zijn vaak in een gezin bij enkele kinderen nog kleine concessies mogelijk, in eene inrichting veroorzaken dertig afwijkingen een ongeregelden gang van zaken.

Waar ouders in hunne kinderen dikwijls eigenschappen en gewoonten zien, waarin ze zich zelve herkennen, of waarin grootvader of grootmoeder of een oom of tante in herkend wordt, daar is men onwillekeurig lichter geneigd voor kleine foutjes de oogen te sluiten. «Het kind heeft het van geen vreemde,» zegt moeder en pakt lachend haar lieveling op, die iets ondeugends uithaalde.

Sluiten