Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De lijsten van de loges terug ontvangen waren evenwel al zeer schraal ingevuld en dat niettegenstaande de Heer L. P. Walburgh Schmidt, de redacteur van het Magonniek Weekblad in het bijvoegsel van N° 24 van datzelfde jaar schreef:

«Het verslag, betreffende de Louisa-Stichting is niet rooskleurig; «terwijl krachtige pogingen moeten worden aangewend om de begrooting «te doen sluiten, wachten tal van weezen, die niet geplaatst kunnen «worden, op hulp en steun; maar de fondsen der Stichting gedoogen «niet meer hulp te bieden.

«Broeders! Een wijze heeft gezegd: elke goede daad komt terug tot «hem, die haar bedrijft. Door in te teekenen op den Magonnieken Scheur«kalender bedrijft gij een goede daad; ge steunt de Louisa-Stichting, ge «verspreidt de goede gedachte, de beginselen der Orde, in ruimen kring «en zoo bedrijft ge eigenlijk twee goede daden tegelijk.» (Dat woord is ook nu nog geheel van kracht.)

Maar de eerste teleurstelling sloeg de leden der Commissie van Redactie niet ter neer. De Heer Perelaer zette den eersten kalender ineen, een schild werd ontworpen en ... . voor de eerste maal kon de Commissie van Redactie een bedrag van f 1335.— aan de Heeren Regenten der Louisa-Stichting afdragen.

Dat gaf moed en vol ijver ging men weer aan het werk om voor den nieuwen kalender te zorgen. Het batig saldo over 1892 bedroeg slechts ƒ1050.—. Toen trad de Heer Perelaer uit de Commissie en werd vervangen door den Heer J. A. van der Loeff.

Onverdroten heeft de Commissie van Redactie er naar gestreefd de kalender aan zijn doel te doen beantwoorden en al vond haar streven bij velen waardeering, men heeft haar menigmaal gegriefd door een onverdiende scherpe kritiek. Vooral het schild vond steeds tal van beoordeelaars. Men scheen niet te willen begrijpen, dat het goedkooper is bij een oplaag van 10 a 20.000 exemplaren een goed schild te leveren, dan bij een oplaag van 1500 k 1600 exemplaren. Wij kregen wel toezeggingen voor een nieuw schild, maar wanneer de tijd naderde, dat het schild in bewerking moest worden genomen, zond men ons eenige potloodkrabbels, die het denkbeeld voor hel nieuwe schild moesten aangeven. Ook spreuken en opgaven voor de herinnerings-tabel werden ons onthouden, hoe herhaaldelijk wij daarom ook hadden verzocht. Op de klacht, dat de prijs zoo hoog was, werd die in 1897 teruggebracht op f 1.—.

Het zou ondankbaar zijn niet de hulp van enkelen te herdenken, die ons hielpen aan een goed schild; van enkelen, vooral in de laatste jaren, die ons tal van flinke spreuken toezonden (onder hen was een jonge dame); van enkelen, die ons steunden bij den verkoop van den kalender, en gaarne zou

Sluiten