Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den Voorzitter van den Gemeenteraad op de in zijne gemeente gebruikelijke wijze ter openbare kennis gebracht.

8. Binnen vier weken nadat de bekendmaking is geschied, kan ieder tegen het verleenen der vergunningen schriftelijk bezwaren bij het Hoofd van het gewest, den Voorzitter van den gewestelijken Raad of van den Gemeenteraad inbrengen;

in het eerste en tweede geval nitsluitend door tusschenkomst van het betrokken Hoofd van plaatselijk bestuur.

9. Binnen vier weken na afloop van den termijn, verleent het Hoofd van het gewest of de Voorzitter de gevraagde vergunning schriftelijk, indien na ingewonnen advies bij den betrokken afdeelingschef of — in gemeenten met een gemeenteraad: bij de hoogste plaatselijke politie-autoriteit — het verleenen der vergunning niet in strijd wordt geacht met de openbare orde of het algemeen belang. Is zulks naar de meening van het Hoofd van het gewest wel het geval, dan wordt de vergunning met vermelding van de redenen niet verleend. In gewesten waar een gewestelijke Raad is ingesteld of in gemeenten met een gemeenteraad, brengt de Voorzitter, indien hij van meening is, dat het verleenen der vergunning in strijd wordt geacht met de openbare orde of het algemeen belang, het verzoek binnen vier weken na afloop van den in alinea 8 van dit artikel genoemden termijn, vergezeld van een gemotiveerd schriftelijk advies ter kennis van den gewestelijken Raad of van den gemeenteraad, die öp het verzoek zoo spoedig mogelijk beslist.

10. Aan den verzoeker wordt desgewenscht ten minste vier dagen voor de vergadering van den Raad, waarin de aanvrage zal worden behandeld, inzage van het advies verleend.

Artikel 3.

De vergunning wordt steeds verleend voor ten hoogste vijf jaar (met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 14 en 15).

Artikel 4.

Vergunning tot verkoop van alcoholhoudende dranken in 't klein wordt nimmer verleend in de onderstaande gevallen :

1. voor warongs;

2. voor een lokaliteit of lokaliteiten, gelegen aan een weggedeelte, loopende langs een passar dan wel gelegen binnen het terrein van een passar;

3. voor een lokaliteit, die voor den openbaren dienst wordt gebruikt, of die met zoodanige lokaliteit binnen 's huis gemeenschap heeft;

4. voor een lokaliteit, die dienen moet als wachtkamer voor het met een openbaar middel van vervoer reizend publiek;

5. voor een openbaar middel van vervoer;

6. aan een verzoeker, die tot het plegen van ontucht gelegenheid biedt of ook in ander opzicht van bekend slecht levensgedrag is; de vergunning wordt eveneens niet verleend wanneer de verzoeker lid is van een gezin waarvan het hoofd in zijn woning gelegenheid biedt tot het plegen van ontucht of ook in ander opzicht van bekend slecht levensgedrag is.

Artikel 5.

De in artikel 2 bedoelde vergunningen zijn persoonlijk

Sluiten