Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3. Het is verboden in die lokaliteiten of in de aanhoorigheden van zoodanige lokaliteit muziek, vertooningen of andere verrichtingen ten vermake van het publiek toe te laten zonder verlof van den betrokken afdeelingschef of van den Voorzitter van den Gemeenteraad.

Artikel 14.

1. Bij het inwerkingtreden van deze ordonnantie geldt het aantal vergunningen, dat op 1 Januari 1922 in Nederlandsch-lndië was verleend, als het maximum der te verleenen vergunningen.

2. Telkens om de 5 jaren voor het eerst op 1 Januari 1925 wordt het aantal 'verleende vergunningen met 20% verminderd tot een naar beneden toe afgerond geheel getal.

Het op deze wijze verkregen aantal vergunningen geldt als het maximum der te verleenen vergunningen voor de dan volgende periode van 5 jaar.

3. Bij een voor 't publiek toegankelijke ten overstaan van het Hoofd van het gewest, van den Voorzitter van den gewestelijken Baad of van dien van den Gemeenteraad gehouden loting — het een en ander afhankelijk van de omstandigheid door wie de vergunningen zijn verleend geworden — wordt telkens 6 maanden voor het verstrijken van de in het eerste lid van dit artikel vastgestelden termijn aangewezen, welke vergunningen zullen worden ingetrokken.

4. Indien het aantal vergiinningen in een bepaald ressort op de in het tweede lid van dit artikel aangegeven wijze is gedaald tot beneden de 10. vervallen de dan nog resteerende vergunningen op het einde van de volgende 5 jarige periode.

Artikel 15.

Tot het Hoofd van het gewest of tot den Voorzitter van den gewestelijken Baad of tot den Voorzitter van den Gemeenteraad, kan schriftelijk het verzoek worden gericht om door een volksstemming te doen beslissen of reeds dadelijk tot het intrekken van een zeker aantal, dan wel van alle bestaande vergunningen' en het niet meer verleenen van nieuwe, in het desbetreffende ressort moet worden overgegaan. Dit verzoek moet worden gedaan: «. in afdeelingen of gemeenten met meer dan 50.000 zielen door tenminste een 250ste deel der bevolking voldoende aan de sub 3 van dit artikel omschreven eischen;

b. in afdeelingen of gemeenten met meer dan 20 000 en ten hoogste 50 000 zielen door minstens een 200ste deel der bevolking voldoende aan de sub 3 van dit artikel omschreven eischen;

c. in afdeelingen of gemeenten met meer dan 10 000 en ten hoogste 20 000 zielen ten minste door een 150ste deel der bevolking voldoende aan de sub 3 van dit artikel omschreven eischen;

d. in de overige afdeelingen of gemeenten door ten minste een 100ste deel der bevolking voldoende aan de sub 3 van dit artikel omschreven eischen.

Indien het verzoek tot het Hoofd van het gewest of tot den Voorzitter van den gewestelijken Baad wordt gericht, geschiedt dit door tusschenkomst van den betrokken afdeelingschef.

2. Indien uit de gehouden volksstemming is gebleken

2

Sluiten