Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

echter worden Opgegeven, daar de uitvoering afstuitte op het bezwaar, dat de bedoelde veetelling in verband met de dagelijks in den veestapel voorkomende mutaties niet gaf en ook niet kon geven constante voor het geheele jaar 1919 geldende cijfers. De grootte van den veestapel volgens de veetelling bleek dan ook bij het schade-onderzoek in menige gemeente door het totaal aantal aangetaste «tuks vee overtroffen te worden. Het is duidelijk, dat onder deze omstandigheid de berekening van de verhouding van het aantal aangetaste dieren op het totaal aantal aanwezige dieren in die gemeenten geen zin had en achterwege moest blijven.

Alvorens nu meer in het bijzonder de in de bovengenoemde zes tabellen neergelegde uitkomsten nader te bespreken, moge nog het navolgende omtrent de statistische bewerking der van de districtsveeartsen ontvangen schade-staten worden vermeld.

Het aantal in het onderzoek betrokken veehouders bedroeg 47509, het aantal gemeenten in de tabellen behandeld is 962. Het totaal aantal veehouders in Nederland bedroeg volgens de veetelling van 5 Maart 1919: 287 425 (hieronder zijn echter ook de paardenhouders begrepen), het totaal aantal gemeenten bedroeg toen: 1118.

Enkele vragenlijsten moesten buiten beschouwing gelaten worden, omdat de opgaven zeer onvolledig waren ingevuld en sommige daarvan door de districtsveeartsen als onbetrouwbaar werden gequaliflceerd, terwijl uit den aard der zaak eveneens niet in aanmerking kwamen de enkele vragenlijsten, waarop was medegedeeld, dat de veehouder geen inlichtingen wenschte te verstrekken.

De gegevens op de vragenlijsten voorkomende zijn overgebracht op speciaal daarvoor ingerichte werktabellen, die in staat stelden per gemeente en per provincie overzichten op te maken. De hierboven bedoelde tabellen Ia—ƒ werden aldus het eerst samengesteld; de bewerking der tabellen II—VI volgde daarna.

Voor Overijssel blijven de tabellen beperkt tot de 9 van de 60 gemeenten, waarin een volledig onderzoek plaats had; zij geven dus nier voor de geheele provincie een overzichtVoor Zuid-Holland blijven de tabellen beperkt tot het veeartsenijkundig district Rotterdam, aangezien, zooals hierboven bleek, het veeartsenijkundig district Leiden bij de bewerking uitgeschakeld is; ook hier gelden de overzichten dus niet voor de geheele provincie.

De tabellen voor Groningen betreffen slechts 23 van de 57 gemeenten dier provincie, een gevolg van het feit. dat het onderzoek tot de overige gemeenten niet is uitgestrekt, omdat aldaar weinig vee wordt gehouden en slechts enkele gevallen zijn voorgekomen. Hier kunnen dus de overzichten wel geacht worden de provincie althans zoo goed als geheel .te betreffen.

Sluiten