Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geloopen en naar veelal wordt beweerd, in hare gevolgen nog nadeeliger dan hare voorgangster moet worden geacht. Het was wegens den enormen omvang en de groote kosten van het onderzoek niet mogelijk, ook omtrent deze laatste epizoötie tot eene uitgebreide schadeënquete over te gaan. Niettemin zijn enkele onderzoekingen in deze verricht, waarop hieronder zal worden teruggekomen.

Wat nu de uitkomsten van het onderzoek naar de schade van de epizoötie 1918/1919 betreft, in hoofdzaak moet daarvoor uit den aard der zaak naar de hierbij overgelegde tabellen I—VI worden verwezen.

De uitgebreide overzichten, die door bedoelde tabellen worden verschaft, stellen in staat tal van conclusies en beschouwingen aan de resultaten van het onderzoek te verbinden.

De omvangrijke tabel I, onderverdeeld in zes tabellen a-f naar de verschillende soorten van door de ziekte aangetaste dieren, is in het bijzonder van belang, omdat daaruit o a. kan worden geleerd, in welke mate verschillende oorzaken tot de totale schade hebben bijgedragen.

Tabel VI geeft, nevens andere gegevens, eene opgave van de schade in totaal per gemeente en provincie. Doordat van Overijssel slechts negen gemeenten in de tabellen zijn behandeld en het veeartsenijkundig district Leiden buiten beschouwing is gebleven, kan men niet tot een totaal schadecijfer voor het geheele Rijk komen.

To«h is het van belang te noteeren, dat men voor het onderzocht gedeelte van het Rijk tot de navolgende totale schadebecijfering komt:

Noord-Brabant . , / 2.387.532,-

Gelderland 2.371.735,-

Zuid-Holland (zonder het district Leiden) 4.222.2*fii*~

Noord-Holland . . • 5.521789,-

Zeeland. . • 809 869-

Utrecht 1.946.316.-

Friesland . 4.033.250.-

Overijssel (9 van de 60 gemeenten) 111800.—

Groningen (23 van de 57 gemeenten) . 609 024,—

Drenthe • • " 294.9 ,—

T. . . . „ 848.622,—

Limburg "

Totaal • • ƒ23.157.142—

Sluiten