Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor in de kantons Luzern, Solothurn en Aargau, waarbij eveneens werd afgemaakt.

In het geheel werden in het jaar 1919 18699 stuks groot vee en 12735 stuks klein vee door de ziekte aangetast. Afgemaakt werden 6594 stuks groot vee en 3624 stuks klein vee.

Aen het einde van het jaar liet het zich aanzien, dat de ziekte haar hoogtepunt had bereikt en dat men op eene vermindering van het aantal gevallen zou kunnen rekenen,

Deze verwachting is niet in vervulling gegaan.

In de eerste week van Januari kwamen 500 gevallen voof. Daarop trad een daling in. welke aanhield tot begin Mei toen het aantal gevallen per week 143 bedroeg.

De aangebroken weidetijd deed nu al spoedig zijn invloed gelden, want we zien een bedenkelijke vermeerdering van het aantal gevallen n.1. in de eerste week van Juni 410, van Juli 1890. van Augustus 3972, van September 7550, van October 11467 en van November 12842 gevallen.

Op het oogenblik is de toestand zóó; dat alleen het kanton Graubünden geheel ziektevrij is.

Uit dezen stand der ziekte blijkt duidelijk, dat de bestrijding geen succes heeft opgeleverd.

Toch zijn de maatregelen, voor zoover kon worden waargenomen, in verschillende kantons met gestrengheid toegepast, al trok het de aandacht, dat de afgesloten hoeven niet altijd werden bewaakt.

In het kanton Zürich b.v. functioneert de veeartsenijkundige dienst zeer goed en wordt al het mogeüjke gedaan om de veehouders voor te lichten en om hunne medewerking te verkrijgen.

Ook de gemeentebesturen in dit kanton schrikken niet voor het nemen van strenge maatregelen terug.

In de gemeente Horgen b.v. was een koffiehuis, dat gewoonlijk door veehouders werd bezocht, op last van de gemeentelijke overheid gesloten, met machtiging van den kantonaal veearts.

Niettegenstaande deze maatregelen is het aantal ziektegevallen in het kanton Zürich, dat in het begin van October 111 per week bedroeg, gestegen tot 659 in de week van 1—7 November j.1.

Over het algemeen was men over de medewerking van de veehouders tevreden. Dat echter niet op aller medewerking gerekend kan worden blijkt uit het jaarverslag over 1919, waarin wordt vermeld, dat 1201 veroordeelingen hebben plaats gehad wegens overtreding van de wettelijke voorschiften, waarbij boeten werden opgelegd van 5 tot 500 francs.

Sluiten