Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een doek met slijm van een ziek dier te bevochtigen, dezen doek bij de kachel te leggen en daarna de gezonde dieren er mede in den mond te besmetten. Deze methode, welke door veeartsen ook wel wordt toegepast, verdient geen algemeene aanbeveling, daar het verzwakken der smetstof te inconstant geschiedt.

De heer V. GlLS te Zevenbergschehoek raadt aan een onderzoek van een hem bekende weide, waar in 19" en 1919 de ziekte niet zou zijn voorgekomen; hij schreef dit toe aan bepaalde planten. Later is echter het mond- en klauwzeer daar toch ook voorgekomen.

Meerdere personen hebben aderlating aanbevolen ter voorkoming en genezing der ziekte. Het is reeds lang bekend, dat van deze behandelingsmethode geen gunstig resultaat is te verwachten.

Een zeer merkwaardige en goede uitzondering op de rij van waardelooze adviezen maakt het advies van den heer J. N. JONKERS BOTH te Schoonhoven, die zeer aandringt op strenge wettelijke maatregelen, en zijn meening ook m couranten heeft gepubliceerd.

Het gebruik van Thym werd ook van verschillende zijden aanbevolen ; ook

dit middel heeft reeds geruimen tijd afgedaan.

De meening van den heer KRANER te Varseveld om bloed van van nature onvatbare runderen te gebruiken ter immunisatie heeft oogenschynlijk veel aantrekkelijks- het is echter gebleken, dat voor practische toepassing men beter gebruik kan maken van bloed of serum van herstelde of hooggeïmmuniseerde runderen.

De heer E MULDER, arts te Den Haag, heeft een uitgebreide correspondentie gevoerd omtrent het onvatbaar maken van vee door middel van enting met koepokstof. Het is reeds meermalen gebleken, dat deze vaccinatie geen onvatbaarheid geeft tegen mond- en klauwzeer.

Bovendien heeft de heer MULDER aanbevolen door immunisatie der fokstieren de ziekte te bestrijden; door de immunisatie zouden n.1. ook de nakomelingen

immuun zijn. ,,. ■ j l„.

De Staatscommissie heeft kennis genomen van een publicatie van den heer MULDER over dit onderwerp en heeft naar aanleiding van zijn verzoek aan den Minister om proeven in de door hem aangegeven richting te nemen, het volgende geadviseerd:

Naar het oordeel der Subcommissie gaat de heer MULDER van de volgende absoluut verkeerde beginselen uit:

I», dat de immuniteit van de moeder op de vrucht in zoodanige mate zou overerven, dat het kalf eveneens voor langen tijd onvatbaar zou zijn;

Sluiten