Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij een vergelijking tusschen het verloop der behandelde en niet behandelde dieren heeft ook de eigenaar, noch in de melkgift noch in het sneller doorzieken eenig verschil kunnen waarnemen.

Wel meende hij, dat het tepelzeer bij twee der behandelde dieren zich weinig had voorgedaan. Bij onderzoek der later ziek geworden, dus niet behandelde dieren, vond men er inderdaad tusschen met ernstig tepelzeer, ook eveneens meerdere waarbij het tepelzeer van geen beteekenis was.

Ook hier bleek weer hoe noodig het is, dat er scherp vergeleken wordt, wil men tot een juiste oordeelvelling komen.

Het middel mag dus op grond van dit onderzoek als zijnde van geen waarde worden geacht.

De heer Hofdijk was even als vele zijner collega's niet tevreden, hij heeft in een schrijven op zeer laakbare wijze zijn misnoegen te kennen gegeven.

Ah bijzonderheid kan nog worden vermeld, dat naar ons van deskundige zijde werd medegedeeld H. in zijn streek veel dieren behandelde niettegenstaande de door ons gecontroleerde ongunstige resultaten. Hieruit blijkt wel, dat een onderzoek als door de Commissie is gedaan, de kwakzalverij volstrekt niet beteugelt.

Evenals de heer bijlmer, sprak ook de heer hofdijk de verdenking uit, dat de Commissie misbruik maakte van de aangeboden geheimmiddelen, n.1. op onrechtmatige wijze in het bezit trachtte te komen van een middel tegen mond- en klauwzeer.

B9. Middel van A. A. Kikkert, Kabeljauwstraat te Alkmaar, gecontroleerd door den districtsveearts te Alkmaar, den heer K. de VlNK, die daarover het volgende bericht:

Een zekere heer kikkert, wonende Kabeljauwstraat alhier, verzocht mij te willen controleeren een zeer eenvoudig middel ter voorkoming van uitsluitend klauwzeer. Volgens zyn herhaaldelijk opgedane ervaring zouden bij gevallen van mond- en klauwzeer de dikwijls daarmede gepaard gaande ernstige gevallen van klauw- en tusschenklauwontsteking absoluut kunnen worden voorkomen door bij alle dieren in een pas aangetasten koppel 2 maal daags de klauwen met zeewater en wel speciaal met vloedwater flink te wasschen. Op verzoek een veestapel aan te willen wijzen en daar zijn middel te demonstreeren, kreeg ik ten antwoord, dat hij meende, dat het op mijn weg lag voor een en ander te zorgen, waarbij hij dan wel de noodige aanwijzingen voor behandeling wilde geven. Ik ben daar natuurlijk met verder op ingegaan en heb hem gezegd wel de controle uit te willen oefenen, indien hij voor het overige zorg droeg. Na ons onderhoud heeft hij niets meer van zich laten hooren, zoodat ik vermoed, dat hij van zijn voornemen om zijn middel te demonstreeren heeft afeezien.

Sluiten