Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

A44. Middel van W. DE KNEGT te Moercapelle, gecontroleerd door de Commissie.

' Voor de aanwending van bovengenoemd middel stelden Gebr. VAN DlJK te Bergschenhoek hunne runderen beschikbaar.

Op den i6den December 1919 werd met de proef begonnen. Opmerking verdient nog het feit, dat deze dieren, in 't geheel 49 stuks, m 1919 reeds voor den tweeden keer aan mond- en klauwzeer lijdende waren. Den eersten keer in Juli en Augustus, gedurende welken tijd er vier stuks waren gestorven. Volgens verklaring van den eigenaar zijn toen alle dieren op één na ziek geweest. Bij het tweede bezoek op 22 December vertoonde ook dit rund op de tong en aan den tandeloozen rand duidelijk blaren.

De proef aangaande het middel met betrekking tot de heilzame werking op het verloop der ziekte werd op de volgende wijze genomen:

In den groeten stal werden 12 melkkoeien uitgezocht, waarvan 6 werden behandeld met het middel en 6 voor de controle dienden.

In een kleinen stal dienden voor de proef 5 vaarsen en een pmkstier. De samenstelling van zijn middel wilde DE KNEGT niet mededeelen. Hij liet ons een monster siroopachtige vloeistof zien, waarin een plantenpoeder en een vetachtige, naar honing ruikende stof aanwezig schenen te zijn.

Deze monsters werden met water verdund en aan de dieren werd tweemaal per dag een flesch vol ingegeven.

Bij het begin van de proef was in de mondholte de toestand bij de dieren

aldus:

A. Groote stal.

No. 1. Blaren reeds doorgebroken. De tong heeft voor de helft het slijm-

vlies verloren. .

No. 2. Nog blaren aanwezig. Een derde van de tong met blaren bedekt. No. 3. Blaren doorgebroken. Derde deel van de tong als bij No. I. No. 4. Tong als No. 3- Twee wondjes aan den tandeloozen rand. No. 7. Nog versch geval. Sommige blaren reeds doorgebroken. No 8. Als zeven. Ook blaren op den neusspiegel.

No. 10. Nog vrij versch geval. Aan den tandeloozen rand hangen nog lappen slijmvlies.

No 12 Vrij versche blaren op de tong en aan den tandeloozen rand. No. 15. Geheele. tong bijna defect. Nog versch geval. Afgestooten slijmvlies

als boven.

No. 16. Tandelooze rand nog defect.

No. 17. Tong zoo goed als geheel bloot, tandelooze rand eveneens. No. 18. Nog blaren op de tong en aan den tandeloozen rand. Hiervan werden voor de behandeling aangewezen de Nos. ï, 2, 7, 8, 17 en voor de controle de Nos. 3. 4. 10, 12, 16 en 18.

Sluiten