Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de klauwen bleken nog defect te zijn, het dier liep pijnlijk. De tepels waren herstellend.

Den 8sten Juli was het dier nog kreupel, de algemeene toestand iets beter, het was op weg naar beterschap.

Waar het dier reeds 10 dagen ziek was vóór de behandeling plaats had, was er hier geen sprake van dat het dier nog lijdende was aan de ziekte zelf. Behalve andere naziekten komt het herhaaldelijk voor, dat een dier algemeen ziek blijft en dat vooral de spijsverterings-organen slecht functioneeren, waaruit het algemeene onwel zijn, dat deze patiënten karakteriseert, zeer goed is te verklaren.

Tot een dergelijk geval dient ook bovengenoemd gebracht te worden.

Het 2de rund was volgens den eigenaar 2 a. 3 dagen ziek geweest; te oordeelen naar de mond-defecten hoogstwaarschijnlijk langer, daar de tong al weer glad was en dus alle vellen etc. reeds afgestooten waren.

De voedingstoestand was vrij goed, het dier was vlug, temperatuur 38.3, met een melkgift van + 2 Liter. Het lieo rechtsvoor kreupel en had geen tepelzeer. Den sden Juli pakt het weer gaarne voedsel aan. 6 Juli is aan den tong weini^ meer te zien.

Aan het rechter voorbeen in de balspleet is nog een oppervlakkig blaardefect aanwezig, het dier loopt wat kreupel.

Den 8sten Juli is de toestand nog veel beter, doch is nog kreupelheid aanwezig. De wonden aan de klauwen worden ingesmeerd met wat zalf.

Een derde rund was ongeveer een week ziek en nam voorzichtig voedsel op, doch liet het weer vallen. Het wilde dus wel eten ; temperatuur 38.8.

Den 5den Juli pakt het dier goed voedsel aan en is veel vlugger, het is nog wat stijf in zijn beweging. Den 6den Juli bevinden zich op de tong hier en daar nog wat velletjes. Het dier wil wel eten, doch is nog stijf.

Het 4de rund was eveneens een week ziek geweest, temperatuur 38.8. Eet gretig gras, heeft weinig monddefect, alleen aan den tandeloozen rand en den punt van de tong.

Op den 5den Juli pakt het goed voedsel aan en is vlug. Den 6den Juli is het nog wat stijf, overigens zoo goed als genezen. Den Ssten Juli rechtsvoor nog iets kreupel.

Het bleek dus duidelijk, dat men hier bij geen enkel dier meer te doen had met een versch geval van ziekte, zelfs niet het tweede geval blijkens den staat der veranderingen, waarin het mondslijmvlies zich bevond.

Een voortdurende vergelijking van den aard dezer veranderingen, welke den deskundige ten slotte een goeden kijk geeft op den ouderdom er van, geeft hem het recht somtijds te twijfelen aan een opgave van den veehouder.

In dit geval toonde de veehouder zich bovendien zeer duidelijk als geen be-

Sluiten