Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werking zou hebben, antwoorde hij bevestigend, en ofschoon hij telkens herhaalde, dat zijne behandeling hier niet veel doel had en op mijn herhaald verzoek ook niet inging, het varken in te geven (dit was zoo moeilijk), heb ik toch den indruk gekregen, dat hij het dier zou behandelen.

Zoodra hij een stal in mijn ambtsgebied in behandeling neemt, zal hij mij hiervan in kennis stellen en zal ik U hiervan gaarne rapport uitbrengen;

Geen demonstratie heeft later plaats gehad.

A 71. Middel van W. RlJKENS, Zuid Willemsvaart 16, 'e Bosch, gecontroleerd door P. J. 'T HOOFT, districtsveearts te 's Bosch, die daarover het volgende bericht:

De proefneming had plaats bij 4 melkrunderen van P. VAN COSTANGE te Nieuwkuyk, welke vóór dien niet aan mond- en klauwzeer hadden geleden.

Het middel zou, volgens RlJKENS, alleen curatief werken, niet voorbehoedend. Herstel zou in 4 dagen volkomen worden verkregen, ook wat de melkopbrengst betreft, het vee mocht in dien tijd niet in lichaamsgewicht teruggaan, terwijl de eetlust in één dag weder normaal moest zijn.

De behandeling bestaat in:

i°. het éénmaal toedienen van twee eetlepels vol van een donkerbruin poeder, dat sterk naar oleum terebinthina riekt;

20. het behandelen, eveneens slechts éénmaal, van de klauwen met een vloeistof, die door denzelfden reuk wordt gekenmerkt; de klauwen worden hiermede licht gedept; en

3°. de klauwen worden 3 maal daags flink begoten met menschelijke urine.

Op den I7den Mei werd met de proefneming begonnen, er was op dien dag evenwel nog slechts één rund aangetast, zoodat de behandeling werd uitgesteld tot 20 Mei, toen alle runderen (4 stuks) ziek waren. De dieren waren niet ernstig ongesteld, temperaturen: 38.9, 38.8, 39.1, 39.3, nog geringe eetlust, terwijl één, die het eerst was aangetast (temperatuur 38.9) klauwverschijnselen vertoonde.

Op 20 Mei begon de behandeling (het laatst aangetaste rund, temperatuur 39.3, werd ter controle niet behandeld), de poeder werd toegediend, de klauwen gedept en de urinebehandeling nauwkeurig toegelicht, de runderen moesten 24 Mei hersteld zijn.

Om de twee dagen heeft de contröle plaats gehad, het verloop der ziekte was vrij goedaardig, doch op 24 Mei was van herstel geen sprake, terwijl dit in elk geval, wat den mond betreft, bij het niet behandelde rund het meest ver was voortgeschreden. In den gang was dit rund op 24 Mei nog zeer stijf, evenals twee der behandelde, de melkgift was bij alle gering, ongeveer 1% liter per dag.

Ook bij het laatste bezoek, op 28 Mei, toen dus het eerst aangetaste rund 11 dagen ziek was, waren de dieren nog niet hersteld, hoewel de eetlust, ook van het niet behandelde rund, weder vrijwel normaal was.

Sluiten