Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uaar de demonstrant alsnog gaarne een proef wilde nemen, werd hem dezerzijds aanbevolen gebruik te maken van de gelegenheid, dat bij het vee van Gebr. v. Dijk onder Utrecht, juist de ziekte sinds een paar dagen was uitgebroken.

Bij een rund, twee dagen tevoren ziek geworden, zag de mond er zeer defect uit, tong, tandelooze rand en onderlip zaten vol vellen en wonden. Binnen 5 dagen zou de mond hersteld zijn.

Het rund „Overgeweide" was 5 dagen ziek, dus een gunstig geval voor den demonstrant wat betrof den eenigszins langeren duur. De tong was voor de helft rauw en gezwollen, zoodat deze ongeveer 10 c.M. uit den mond hing. De tandelooze rand was eveneens defect. Ook dit rund zou binnen 5 dagen hersteld zijn.

Rund „Nieuwkoop" was ± 36 uur ziek, de tandelooze rand was geheel ontbloot van slijmvlies; dit dier werd met een sterk verdunde formaline-oplossing behandeld. Na twee dagen kreeg het verschijnselen van kalfziekte, het werd ingespoten en daarna niet meer behandeld.

Rund „Rauwhart" was 5 dagen ziek; het slijmvlies van tong en tandeloozen rand was grootendeels verdwenen; met formaline-oplossing werden de wonden behandeld.

Het rund „Klein Bontje" waarvan de tandelooze rand alleen defect was, is met zalf behandeld.

6 dagen daarna werd de uitwerking van de middelen gecontroleerd. De wonden waren in alle monden nog aanwezig. Er was trouwens niet voorspeld, dat ze met ons middel na 5 dagen totaal weg zouden zijn.

„Marie" en „Overgeweide" aten bovendien nog niets.

Den daarop volgenden dag was de toestand nog ongewijzigd.

Het tepelzeer werd behandeld en voor controle ook enkele dieren met zalf, verstrekt uit de apotheek van de Veeartsenijkundige Hoogeschool.

Verschil in werking was ook volgens den eigenaar niet het minst waarneembaar.

De beide genoemde runderen werden ernstig ziek, waarschijnlijk ten gevolge van complicaties van de zijde der verteringsorganen.

Ondanks behandeling, vanwege de kliniek der Veeartsenijkundige Hoogeschool ingesteld, waren de dieren niet meer te redden en stierven beide na 8 en 10 dagen.

Nog moge opgemerkt worden, dat demonstrant den eigenaar, ondanks het slechte verloop der ziekte om een gunstige verklaring verzocht, welke begrijpelijkerwijze werd geweigerd.

Niettegenstaande de absolute waardeloosheid van het middel vond men toch geregeld advertenties in de couranten van „sanders' zalf" als middel tegen mond- en klauwzeer en bezat Sanders vele verklaringen omtrent de gunstige werking.

Sluiten