Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een rund, dat gezond is gebleven, waren op 4 en J Mei alle dieren ziek, ook hier dus preventief niet het minste resultaat.

Nog zij opgemerkt, dat het hier runderen betrof, die vóór dien geen monden klauwzeer hadden gehad.

De op den 3den Mei aangetaste runderen zouden volgens de WlLT den 6den Mei hersteld zijn, de overige 1 of 2 dagen later.

Den 4den Mei vertoonden de behandelde runderen, evenals die van couwenberg, groote blaren op den neusspiegel en zelfs op den overgang van deze en het neusslijmvlies.

De behandeling werd nog eenige dagen voortgezet, doch van eenigen invloed ten goede was geen sprake.

Na den 9den Mei evenwel weigerde de eigenaar van het vee verdere behandeling, omdat volgens hem de ter controle, niet behandelde runderen, er beter aan toe waren dan de behandelde.

Ook deze dieren zijn den 15 den Mei nog eens geobserveerd, de eerst behandelde zagen er toen nog uit alsof zij 2 a 3 dagen ziek waren. Ook in dit geval dus curatief evenmin succes.

Onderzoek van een drietal middelen door de Commissie.

B7. Middel van G. J. fros, veearts te Oude Wetering.

De heer Fros heeft aan de Commissie zijn behandelingsmethode, waarmede hij bij ± 60 runderen gunstige resultaten had bereikt, medegedeeld en verzocht deze te controleeren en eventueel proeven er mede te doen nemen.

Zij bestaat in het toedienen van geneesmiddelen in drankvorm bij runderen, die ernstig ziek zijn tengevolge van het mond- en klauwzeer, zich openbarende in gebrekkige of totaal opgehouden eetlust, suffe blik, trage ontlasting, diep liggende oogen.

De heer Fros beweerde, dat na eenmalige behandeling de dieren na 24 uren wederom gingen eten, zelfs in gevallen, dat zij 5—9 dagen voedsel hadden geweigerd. Meestal bestond diarrhee voor korten tijd, de algemeene toestand zou snel verbeteren. Hij meende, dat de verschijnselen, die aan een bijzonder toxische werking van het virus moesten worden toegeschreven, verdwenen, doordat het middel specifiek werkte tegen deze toxinén, terwijl het bovendien toxinenafdrijvend zou werken. Van een voorbehoedende werking had hij niet voldoende gegevens.

Door de Commissie zijn een tweetal patiënten te Oude Wetering gezien, die ongetwijfeld 24 uren na de toediening van het middel aanmerkelijk verbeterd waren.

Daarna is het door ons toegepast bij runderen om Utrecht, echter zagen wij daar niet altijd gunstige resultaten van de behandeling. Runderen, die reeds

Sluiten