Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wat de behandeling zelf betreft, deze bestond overeenkomstig de voorschriften, in het per os toedienen van 10 gram tryposafrol per dag aan de volwassen runderen, en van 3^ gram per dag aan de kalveren, de schapen en de varkens. Meestal werd deze dosis 7 maal herhaald.

Aangezien de dieren vaak weigerden spontaan de intensief paars-rood gekleurde vloeistof te drinken, werd de tryposafrol eerst in lauwwarm water opgelost, 10 gram per Liter en daarna met de flesch ingegeven.

De veeopzichter P. van Soest, door mij met deze werkzaamheden belast, gaf de dieren persoonlijk in, eerst werden de gezonde en daarna de zieke behandeld; na en voor het gebruik werden de flesschen zorgvuldig gereinigd en met kokend water behandeld; in geval 10 had elk dier zijn eigen flesch.

Behoudens een enkel acuut verloopend sterfgeval van een 8 weken oud kalf op de hoeve van het klooster Bloemendaal te Vaals, (zie geval 5) zijn geen sterfgevallen of intoxicatieverschijnselen bij de in behandeling zijnde dieren waargenomen. De dierenarts Horbach, die de sectie op dit kalf verrichtte, deelde mij mede, dat het dier waarschijnlijk aan een hersenaandoening was gesuccombeerd en kon de doodsoorzaak zeker niet op het toegediende tryposafrol terug brengen. Op grond van de door mij gedane proeven, ben ik dan ook van meening, dat het tryposafrol, toegediend en gegeven in dosis als hierboven aangegeven, onschadelijk is.

Als hoogst onaangename eigenschap wil ik wijzen op haar sterk kleurend vermogen, waardoor zoowel hij, die met de behandeling is belast, als de dieren en de geheele omgeving er als een schril gekleurde waterverfteekening uitzien.

Ik kom tot de volgende conclusies:

1. Tryposafrol heeft, per os toegediend, geen invloed op de lichaamstemperatuur.

2. Alle clinisch gezonde dieren werden niettegenstaande het toedienen van tryposafrol ziek en op denzelfden tijd na de infectie als de niet behandelde dieren. Van een preventieve werking tegen mond- en klauwzeer bij het vee, is door mij clinisch niets bespeurd. Als zoodanig heeft het geen waarde.

3. Zooals reeds boven door mij werd opgemerkt verliep de ziekte bij het vee in mijn ambtsgebied zeer goedaardig. Dat dit ook bij de behandelde dieren het geval was, kan m. i. niet aan de gunstige werking van het tryposafrol worden toegeschreven. Voor de beoordeeling der curatieve werking hebben vooral de proeven van geval 10 groote beteekenis. "De niet behandelde contrĂ³ledieren waren minder ernstig ziek en genazen spoediger dan de behandelden. Overigens nam ik nog waar, dat het algemeen welzijn, de eetlust, de voedingstoestand der dieren, door het ingeven van tryposafrol niet merkbaar werden verbeterd. Evenmin werd de melkgift verhoogd of spoediger op normaal peil gebracht. Op de blaar-

Sluiten