Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Van de 73 kalveren stierven er dus zes na de inspuiting of 4 % van het aantal ingespoten dieren. Van deze zes kalveren vertoonden 2 reeds ziekteverschijnselen vóór de inspuiting, terwijl van de 4 andere kalveren er 3 daags na de inspuiting en 1 twee dagen na de inspuiting, zonder voorafgaande ziekteverschijnselen, tengevolge van de bekende hartaandoening bezweken.

° Aangenomen mag worden dat deze dieren reeds geïnfecteerd waren. Van de 58 ingespoten biggen stierven op één stal 7 biggen, behoorende tot 2 toornen biggen, welke bij de inspuiting nog wel geen ziekteverschijnselen vertoonden, maar waarvan toch de moeders reeds zeer ziek waren en zoowel aan klauwzeer als aan hevige aandoening (blaren) der spenen leden. De kans voor besmetting van deze jonge biggen (+ 3 weken) was dus buitengewoon groot. In verband daarmede de sterfte relatief nog gering, aangezien in dergelijke gevallen zonder inspuiting, alle biggen meestal sterven.

Een tweejarige stier van G. V. D. BOR te Hoogland, welke nu gedurende 14 dagen met het zieke vee op eenzelfden stal staat en bij het uitbreken der ziekte onder het melkvee werd ingespoten met ruim 800 c.c. bloed, is volkomen gezond gebleven, evenals de 5 kalveren van denzelfden veehouder, waarvan 4 stuks, 4 * 5 maanden oud zijnde, met 350 c.c. bloed ingespoten werden.

Het gedefibrineerde bloed werd nimmer met eenig conserveeringsmiddel vermengd, doch steeds versch, hoogstens 1 dag oud en dan in den kelder bewaard, terwijl natuurlijk gezorgd werd, dat de entspuit volkomen steriel was en het wondje ontstaan door het insteken der entnaald steeds met jodoformcollodium werd afgesloten. Weliswaar koste het zoo streng mogelijk aseptisch werken eenigen tijd, maar het ontstaan van entabcessen, waardoor de kalveren in groei tijdelijk werden tegengehouden, hetgeen bij vele veehouders bekend was en hen deed aarzelen de methode toe te passen, werd voorkomen.

Behalve deze proeven in de practijk zijn vanwege het Instituut een groot aantal inspuitingen verricht op het eiland Ameland.

Proeven op het eiland Ameland.

De gemeente Ameland omvat het eiland Ameland, waarop de volgende dorpen in een lijn West-Oost gelegen zijn: Hollum, Ballum, Nes, Buren.

Elk dezer dorpen vormt feitelijk een complex van boerderijen ; alleenstaande boerderijen worden op het eiland niet aangetroffen. In elk der dorpen wordt een boterfabriekje gevonden, waarheen alle melk gebracht wordt, welke tot boter verwerkt wordt, terwijl de ondermelk (ongepasteuriseerd) weder naar den boer terug gaat.

In de drie eerstgenoemde dorpen loopt het vee in weiden, welke slechts door ijzerdraad van elkaar afgesloten zijn.

Sluiten