Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Lebailly schrijft o.a. dat hij 500 dieren beeft ingespoten, doch dat het slechts bij kalveren een preventieve werking bleek te bezitten.

Bij koeien kon de blaarontwikkeling niet worden tegengegaan.

De immuniteit was bij kalveren na 8 dagen weer verdwenen.

De dosis voor kalveren was 100 cc, voor groot vee 200 cc serum.

Hij maakt de opmerking, dat de immunisatorische kracht van het serum of het bloed van genezen dieren niet veel minder is dan dat van gehyperimmuniseerde dieren.

Van Hollandsche zijde zijn in het Tijdschrift voor Diergeneeskunde eenige publicaties verschenen, welke in hoofdzaak alle op hetzelfde neerkomen en wel evenals de buitenlandsche berichten, niets dan gunstigs hebben te zeggen over de behandeling met serum of bloed van genezen dieren.

Tegelijkertijd, dat door mij in de omstreken van Utrecht in het voorjaar van 1919 de bloedentingen werden geprobeerd, deed ook de veearts k. R. kuypers te Alphen a/d Rijn onderzoekingen met serum en bloed van herstelde dieren.

Het eerste bericht hieromtrent komt voor in het Julinummer van 1919.

Hij gebruikte serum of bloed van dieren, die 14 dagen hersteld waren. Tegelijkertijd werden de ingespoten dieren besmet. Bij runderen werd een dosis ingespoten van 30 gr. serum, bij kalveren 15 gr. Hij schrijft, dat de resultaten zeer goed waren. De aldus behandelde dieren maakten de ziekte licht door, slechts enkele kalveren stierven nog. Dit zou door het gebruik van de melkproducten komen, welke kuypers als een der oorzaken aanziet voor de sterfte. Het wil mij echter voorkomen, dat de te geringe doseermg van serum of bloed de oorzaak was.

In het Augustusnummer van 1920 schrijft kuypers wederom een interessante mededeeling betreffende de serum- of bloedbehandeling, gevolgd door inspuiting van 5β€”IO gram virulend bloed of door inspuiting van verdunden blaarinhoud. De resultaten waren dezelfde als in 1919, doch hij heeft de dosis ingespoten serum of bloed belangrijk verhoogd. Hij schrijft dan ook, dat hij bij inspuiting van groote hoeveelheden serum of bloed in staat was de ziekte een goedaardig verloop te geven en het jonge vee te vrijwaren voor het mond- en klauwzeer. De kans was zelfs zeer groot de ziekte buiten den koppel te houden, als hij groote hoeveelheden (100β€”150 c.c. serum of 400 k 500 c.c. bloed) inspoot en deze inspuiting na 8 dagen herhaalde.

Hij wijst vervolgens op de doseeringen, welke hij bij kalveren, biggen, zeugen, geiten, schapen en lammeren toediende. Deze bedroegen van 20β€”50 gram serum resp. 60β€”150 gram bloed. Na toediening van deze hoeveelheden kon men gerust de dieren in den zieken koppel laten verblijven, hetgeen geheel met onze ervaring overeenstemt.

kuypers maakt ook melding van gunstige resultaten bij volwassen runderen, ingespoten met groote doses serum of bloed van herstelde dieren. Het verloop zou

Sluiten