Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tabel A (met bloed ingespoten dieren).

„ Gezond I„

Diersoort. Ziek geworden. Gestorven.

geënt.

Kalveren 1115 429 (ong. 38.5 °/0) 22 (ong. 2 %)

Pinken. 173 139 (ong. 80 %) — (ong. o %)

Volwassen runderen . . 592 469 (ong. 80 %) 3 (ong- °-5 %)

Ter vergelijking hieronder een zelfde opgave van het verloop der ziekte op boerderijen uit de naaste omgeving, waar niets was gedaan.

Tabel B.

Diersoort. Aantal. Ziek geworden. Gestorven.

Kalveren 1141 841 (ong. 73-8%) 226 (ong. 19.8 %)

Pinken 630 551 (ong. 87.4%) 5 (ong. 0.8 %)

Volwassen runderen . . 2666 2396 (ong. 89.9%) 26 (ong. 0.94%)

Opgemerkt zij, dat in de tabellen de sterf gevallen steeds procentisch zijn opgegeven ten opzichte van het aantal gezonde'dieren. Dan schrijft hij:

>, Hoogstens zou men ten opzichte van de kalveren kunnen zeggen, dat zeer waarschijnlijk door de hier verrichte bloedinspuiting een lager sterftecijfer werd verkregen."

Het wil mij toeschijnen, dat de interpretatie van deze cijfers met evenveel recht de gevolgtrekking wettigt, dat de inspuiting toch een uitstekend voorbehoedmiddel is gebleken, als men nog in aanmerking neemt dat op reeds besmette erven in de eerste dagen er zeer dikwijls nog één of meer kalveren sterven en tot deze een gedeelte van de 22 op de 1115 stuks zullen gebracht mogen worden.

Dat overigens de riekte als zoodanig met een dosis van 50 c.c. bloed meestal niet kan worden voorkomen, is bekend en uit vergelijkende proeven aan mijn Instituut overtuigend gebleken.

Zeer terecht wijst de VlNK op het verschillend verloop bij de kalveren naar hun ouderdom, hoe ouder de dieren hoe geringer de sterfte.

Sluiten