Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Pruisische Landbouwministerie verricht, en dat onder den titel van „Toxikologische Versuche mit Trypaflavin bei Pferden und Rindern" is gepubliceerd.

Het onderzoek had ten doel de doseering zoowel als de beste applicatiemethode vast te stellen. Per os, subcutaan en intraveneus is het in verschillende doses aangewend. Fröhner acht het neutraal Trypaflavine het beste. Voor paarden en runderen resp. per os tot 5 gr. en intraveneus bij de eerste tot 1 gr., bij runderen tot 0.5 gr. Subcutane inspuiting doet in een 1 % oplossing huidnecrose ter plaatse en wekenlang durende, belangrijke onderhuidsche harde zwellingen ontstaan.

In denzelfden geest is een onderzoek ingesteld door A. klarenbeek aan het Instituut voor geneesmiddelen en vergiftleer der Veeartsenijkundige Hoogeschool te Utrecht naar de werkzaamheid van het middel bij honden.

Verschillende applicatiemethoden werden in toepassing gebracht, alsmede doseeringsproeven verricht. Verschil tusschen het neutrale en zure zout werd bij den hond niet waargenomen. Ook klarenbeek verwerpt de subcutane methode.

Interessant is het, dat de intramusculaire toediening zonder schadelijke gevolgen kan plaats hebben. Intraveneuze applicatie is bij den hond bezwaarlijk en verdient dus, door het daarbij mogelijk geraken der vloeistof in de subcutis, geen aanbeveling.

Van de practische toepassing van het Trypaflavine vinden we in de litteratuur der laatste jaren meerdere opgaven.

Volgens sommigen zou het, eensdeels om zijn groote antiseptische kracht, anderdeels om de weinig irriteerende werking op het weefsel, een bijna ideaal wondmiddel zijn.

Wij vinden speciaal in de Duitsche en Engelsche medische en pharmaceutische tijdschriften van 1919 een reeks van gunstig oordeelende artikelen. Het moge voldoende zijn enkele meer afgesloten onderzoekingen hier te vermelden.

Zoo is in 1919 een dissertatie verschenen over „Versuche mit Trypaflavin in der Veterinar Chirurgie" van E. GlöCKNER. Als wondmiddel bleek het in een oplossing van 1-1000 en 1-5000 uitstekend te voldoen. Hoewel ook intraveneus toegediend bij lymphangitis epizoötica heeft hij hieromtrent geen besliste meening kunnen verkrijgen.

In het Deutsche Zeitschrift für Chirurgie komt van de hand van A. RlTTER een uitvoerig artikel voor, getiteld: „Zur Wirkungsweise und Anwendung des Trypaflavins und experimentell-histologisdie Befunde".

Het Trypaflavine werkt voor alles prikkelend op het granulatieweefsel. Lymph- en bloedstroom nemen belangrijk toe, bind- en spierweefsel komen tot rust, snelle reiniging der wonden en frissche granulatievorming zijn het directe gevolg van de toepassing.

Het dient subcutaan aangewend te worden in een verdunning van 1-1000, intraveneus (het neutrale zout) in 0.5 procents oplossing.

Sluiten