Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het kon echter ook doeltreffender zijn met kleine dosis te herhalen, welke methode voor bepaalde infectieziekten de gewenschte zou kunnen zijn. De aard van het virus en zijn verhoudingen in het lichaam hebben hier den doorslag te geven, bovendien de meer of minder organotrope werking van het behandelingsmiddel.

Experimenten.

PROEF L

Rund No. 96 werd, na 2 dagen aan natuurlijke infectie blootgesteld te zijn, ziek en reageerde na verloop van 10 uur met een temperatuur van 41.1.

Het dier werd bloed afgetapt, dit bloed werd gebruikt om andere dieren te infecteeren.

1 gram Trypaflavine opgelost in 200 c.c. gedistilleerd water werd 's morgens 10 uur in de ader gespoten, 's Middags was een groote blaar aanwezig op de tong, eveneens een blaar op de onderlip van kleiner omvang; 3 uur na de inspuiting was de temperatuur tot 38.9 gedaald. Weder werd het dier gelaten om het bloed door overbrenging op andere dieren te controleeren op eventueel nog aanwezige smetstof. Indien behalve het typisch effect in het koortsverloop n.1. de sterke daling binnen eenige uren, ook het bloed zijn virulentie zou hebben verloren, dan ware dit een verrassend resultaat. Het dier kreeg 's middags weer een nieuwe eruptie van blaren, 30 uur daarna begon de temperatuur wederom te stijgen, doch kwam maar éénmaal tot 40.1, ruim een etmaal later nog eens tot 39-9, om dan tot het normale terug te keeren.

Er zij op gewezen, dat de koortslijn bij de meeste aan mond- en klauwzeer lijdende dieren een typisch karakter vertoont. Snel stijgend tot 41 en hooger, daalt ze, stijgt nogmaals hoog soms tot 2 en 3 maal toe; een koortslijn alzoo met 2 of meer exacerbaties. De intermissies liggen vaak in de normale temperatuurslijn.

In het geval van rund 96 was dus behalve van de sprekende uitwerking der inspuiting op de temperatuur bijna onmiddellijk op deze gevolgd, ook op het verder verloop der koorts een invloed niet te ontkennen. Doch daarbij bleef het in dit geval; de blaarontwikkeling ging ongestoord voort, het verloop werd niet bekort.

Met het voor de tweede maal afgetapte en gedefibrineerde bloed, werden de runderen No. 108 en No. 109 geënt; in de ader werd bij elk 10 c.c. ingespoten.

PROEF II.

Rund No. 108 werd 7 uur na de inspuiting 1 gr. Trypaflavine toegediend, ruim 2 dagen daarna steeg de temperatuur plotseling tot 40.2 en daalde direct " weer tot het normale, om na 24 uur wederom te stijgen tot 40.1, 39-6, 4Q-3. APS, 40.4, 40.4, 40.2, 40.3, 39.7, en daarna geheel normaal te blijven.

Bij de eerste stijging werden op het harde gehemelte 3 roode vlekjes opgemerkt; wij waren nu zeer benieuwd of geen uitgebreide eruptie zou volgen. Het kon

Sluiten