Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

INLEIDING.

Men verstaat onder familie, kleuren of kleurhoopjes de gezamenlijke dertien kaarten, waaruit elk van de vier kleuren (ruiten, harten, klaveren en schoppen) van ieder spel bestaat, hetzij in opklimmende of afdalende reeks. De pakjes, die met de azen of heeren beginnen en met kaarten van dezelfde familie of kleur in hare volgorde belegd worden, worden ook kleurpakjes genoemd.

Talon of talons heeten het of de pakjes, die gevormd worden uit de kaarten, die voor het oogenblik niet gébruikt kunnen worden.

In klimmende of dalende reeks of volgorde heeten alle kaarten, hetzij zij al of niet van dezelfde familie of kleur zijn, die op elkander volgen; dat is in klimmende reeks: aas, twee, drie, vier enz. tot en met den heer; in dalende reeks: heer, vrouw, boer, tien enz. tot en met het aas.

Zonder aanzien der kleur wil zeggen, dat men niet op de kleuren let, zoodat b.v. schoppen op klaveren, harten op ruiten, ruiten op schoppen, klaveren op harten, dus kaarten van verschillende kleur op elkander kunnen gelegd worden, zoowel in klimmende als in dalende reeks.

Met inachtneming van kleur of gelijke kleur wil daarentegen zeggen, dat slechts kaarten van dezelfde familie op elkander mogen gelegd worden.

Kwaliteit en waarde zijn gelijkbeteekenend; echter worden onder de eerste benaming alleen de boeren, vrouwen en

Sluiten