Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De prinses. No. 21.

(Met een whistspel.)

Twaalf kaarten van het spel genomen, worden in een kring gelegd en daarop de volgende geheel willekeurig op de eene of de andere er van, zonder naar kleur te zien, echter zooveel mogelijk in klimmende orde, totdat hartenvrouw verschijnt, die dan hare plaats midden in den kring krijgt en nu alleen blijft. Eerst dan kunnen de overige drie vrouwen er naast gelegd worden; hetzij dat zij reeds als bovenste kaart op een der kringpakjes verschenen, of dat zij uit het spel genomen worden, n.1. klaveren- en schoppenvrouw ter linker- en ter rechterzijde, ruitenvrouw boven, en hartenboer, zoodra hij verschijnt, onder de prinses.

Zijn de vier vrouwen voltallig in den kring, dan is het pas geoorloofd, ze, evenals hartenboer, in dalende orde en in dezelfde kleur, met de bovenste kaarten van den cirkel te beleggen; evenzoo met de passende kaarten uit het spel. Het is dus duidelijk, dat men de kaarten uit den kring, die kans hebben om spoedig op de vrouwenhoopjes gelegd te kunnen worden, als b.v. in het begin van het spel de boeren en tienen, niet met andere kaarten bedekken moet. Alle ledige plaatsen in den cirkel worden dadelijk aangevuld, zoolang men kaarten in de hand heeft; heeft men die niet meer, dan blijven zij ledig. Is het spel verbruikt en zijn er geen kaarten meer voorhanden, die passen op de vrouwenpakjes en op het pakje van hartenboer, dan neemt men zijne toevlucht tot de mariages (dus reeksen van op elkaar volgende kaarten), in klimmende en dalende orde, naar welgevallen en zonder op de kleur te letten, en zoekt daardoor kaarten vrij te maken, die bij het kleurpakje in het midden kunnen gelegd worden, waarbij de speler zijn talent in de combinatiën van deze mariages bewijzen kan. Zooals reeds gezegd is, mogen van het

Sluiten