Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en zijn geene verplaatsingen of mariages meer mogelijk, dan neemt men vier kaarten uit het spel en legt die op het eerste der zes hulppakjes, dan vier kaarten op het tweede pakje, en zoo van links naar rechts achtereenvolgens ook vier kaarten op elk der vier volgende pakjes, zoo ook op de toevallig leeg geworden plaatsen.

Dan gaat men voort de kaarten, die boven op de pakjes liggen en zouden kunnen passen, op de kleurpakjes of door mariages op de zijrijen te leggen. Wanneer niets meer opgaat, legt men weer vier kaarten op de zes pakjes of op de ledige plaatsen, zoo die er zijn, totdat het spel verbruikt is. %

Komt het spel niet uit, dan is het den speler vergund, de overgebleven hulppakjes nog twee malen op te nemen, terwijl hij ze naar volgorde op elkander legt en uit deze pakjes weer zes nieuwe maakt, ieder van vier kaarten en als boven handelt; daardoor slaagt men bijna altijd.

Door de groote beweging van de eene naar de andere zijde en door de veelvuldige verandering wordt deze patience zeer onderhoudend en aanbevelenswaardig.

De burchtvrouw. No. 44.

(Met twee whistspellen.)

Men vormt eerst vier pakjes, ieder van twaalf kaarten, die men open voor zich legt.

Vertoonen zich boven op deze pakjes een of meer azen, zoo worden die weggenomen en onder de pakjes in eene horizontale rij naast elkander gelegd en evenzoo de overige azen. Zijn nu de vier pakjes gevormd en is de aasrij zoo mogelijk begonnen, dan worden de zes en vijftig kaarten, die men nog in de hand heeft, een voor een afgenomen, en men vormt boven de pakjes een halven cirkel, waarvan

Sluiten