Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

804/250 *). Stof, voor een zeil, van de jonge bladeren van den gebang-paha rechthoekig gevlochten; aan het eene einde van lange franje voorzien. M. L. 480, br. 85 cM.

3. Paardentuig.

1456/50. Hoofdstel, voor een paard; de trens8) bestaande uit twee geelkoperen cylinders, met doornvormige uitsteeksels bezet en ieder met geelkoperen ringen aan de einden; de binnenste ringen in elkaar grijpend, aan de buitenste nog een kleiner ringetje, waaraan grijze touwtjes, die aan elkaar geknoopt zijn. De buitenste ringen rusten tegen een knoop aan het einde van een omgebogen, in elkaar gedraaid rotantouw, dat als teugel dient en aan de einden met rotan omwikkeld is. Aan dien teugel een dun rotankoord met oogen aan de einden, op verschillende plaatsen met ringetjes omgeven en hieraan een tweede, veel langer, evenzoo met ringetjes; het eene einde heeft een met geitenvel(?) omwikkelde knoop, het andere een met rotan omwikkeld oog. Sakedi, PaloeAzX.

L. trens 16, 1. rotankoord 60 cM.

1926/676. Zadelkleed, van zeer grof, rechthoekig vlechtwerk, met tali doek overtrokken. M. L. 89, br. 60,5 cM.

groep vii.

Handel. Maten en gewichten. Munten3).

372/14). Lapje, van grof, wit en blauw geruit katoen, als pasmunt dienende. Bocht van Tomini. L. 51, br. 50 cM.

groep vm.

Verkrijging van grondstoffen en hunne bewerking. Inheemsche nijverheid8). 1. Grondstoffen.

776/53 *). Steen kool, een monster van jonge formatie. Benedenloop der Posso-rmsx. 1759/17). Een stuk serpentijnsteen, materiaal voor het maken van foejahamertjes8). — Alleen de To Ondd'e maken deze hamertjes. Ondode. Gr. L 15 cM.

1) Gedrukte serieën R. E. M. 1892, p. 57.

2) Sarasin, Reisen in Celebes, II, 7, fig. 1.

3) Adriani en Kruyt, II, 299—312, 416. — Af. N. Z. G. XXXVI, 375—376- — Med. Ene. Bureau, afi. II, p. 137. — Kruyt in T. N. A. G. 2= Serie XXVI (1909), p. 372.

4) Serie 372 don. S. Woormalen, 14 Mei 1883.

5) Adriani en Kruyt, II, 313—353, 416. — Af. N. Z. G. XLI, 23—42. — Afed. Ene. Bureau, afl. II, p. 132—137. — Kruyt, Het weven der Toradja's (B. T. L. Vk. LXXVIII (1922), 403—425). — Kaudern, o. c. I, 366—367, II, 5—12. — Kruyt, T. N. A. G. v> Serie XXV, 1325. — Idem, B. T. L. Vk. 6« volgr. IX, 148—160.

6) Serie 776 don. G. W. W. C. baron van Hoêvell, 1890.

7) Serie 1759 aankoop Jan. 1911.

8) Adriani en Kruyt, Geklopte boomschors, 15. — Idem, De Barit-sprekende Toradja's, II, 320: watoe ike.

Sluiten