Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verdeeld, twee witte en twee oranje, waarvan drie gevuld met eene vierbladerige bloem, gekruist door een ster met haakvormig gebogen einden, terwijl het vierde met hoornvormige figuren gevuld is. M. L. 17,5, br. 16,7 cM.

1926/296. Kleine vierkante foeja-lap, als voren, doch veel grooter. In het midden een ruit, die door rood en witte lijnen in een aantal groene en oranje driehoeken verdeeld is, gekruist door twee roode diagonalen met hoornvormige uitsteeksels. Langs den binnenrand een roode lijn en langs den buitenrand kleine paarse lijnen met dezelfde hoornvormige uitsteeksels. M.

L. 37,2, br. 37 cM.

1372/3 l). Als voren, doch langwerpig rechthoekig (slendang-vorm), de eene zijde geel geverfd, met groepen van rose, paarse en ongekleurde dwarsstrepen nabij de einden en op twee andere plaatsen. — Bij Adriani en Kruyt (Geklopte boomschors) wordt dit formaat van kleedingstukken niet genoemd. Posso.

L. 217, br. 54 cM.

3. Smederij

1456/57. Vuurtang (soepi1), twee bamboereepen, met de bolle bastzijde buiten; aan het eene einde meermalen gespleten en om den ander door elkaar gestoken, terwijl de gespleten einden van elk door eene doorvlechting van rotan onderling verbonden zijn. — Dient om stukjes gloeiende kool te verschikken. Paloppo.

L. 53, br. 4 cM.

1300/33. Hamer (paloe*), de kop van ijzer, vierkant, naar onderen breeder, over de lengte flauw gebogen. Steel van geelbruin hout, cylindervormig met plat dwarsstuk, waartegen de kop met kruiselings gewonden rotanreepen is bevestigd. Onder die reepen op den kop een stukje leder. Toradja's.

L. kop 10,5, dm. 2—3,5, 1' stee' 33i dm. 2,5 cM.

1300/32. Nijptang (kasi6), van ijzer, de beenen in doorsnede rechthoekig, de bekken boogvormig, in doorsnede eveneens rechthoekig en plat op elkaar rustend. — In de ijzersmederij in gebruik. Toradja's.

L. 39 cM.

1232/104. Boog (pana6), met modellen .van ijzeren werktuigen. De boog van bamboe met doorgestoken pijl van bamboe, welks andere einde bevestigd is aan de pees van boomschors. Aan den boog zijn bevestigd vijf houten modellen van hakmessen, een lanspunt, een pijlpunt en een harpoenpunt. De uiteinden van den boog met kippenvederen versierd. — Wordt in de smederij opgehangen, om de levensgeesten van het gesmede ijzer vast te houden7). Toradja's.

L. boog 63, 1. pijl 49 cM.

1) Serie 1372 don. F. J. Broers, Maart 1903.

2) Adriani en Kruyt, De Bar besprekende Toradja's, II, 343—350. — Kruyt, Het ijzer in Midden-Celebes (jBijdr. T. L. Vk. 6e volgr. IX), 148—160. — Kaudern, / Celebes obygder, II, p. 6, met bild 1: Smedja i Lindoe. — van Hoêvell, T. 1. T. L. Vk. XXXV, 27. — Kaudern, Structures and settlements, p. 36, fig. 18.

3) Kruyt, M. N. Z. G. XL, 133. — Meyer und Richter, Celebes, I, p. 77, n° 385 en p. 123, n° 415 met pl. XVII, fig. 12. — Matthes, Atlas, pl. XII, fig. 31*.

4) Zie Kruyt, Het yzer in Midden-Celebes (Bydr. T. L. Vk. 6« volgr. IX), p. 153 met pl. 2, fig. f. — Adriani en Kruyt, o. c. II, 347.

5) Zie Kruyt, 1. c. fig. e. — Adriani en Kruyt, o. c. II, 347.

6) Meyer und Richter, pl. XIX, fig. 8. — Kruyt, o. c. fig. k met p. 156. — Adriani en Kruyt, o. c. U, 349.

7) Kruyt, M. N. Z. G. XXXIX, 24, XLII, 72.

Sluiten