Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

II. Verdedigingswapens.

1456/77. Schild1) (kantal3), in doorsnede dakvormig, met gebogen, convexen middenrug; verticale rotanreepen, stijf met dunnere reepen dwars doorvlochten. Aan de langsranden een lat van bruin hout, aan boven- en onderzijde een dikke, dakvormige, houten lijst. Over de lengte der voorzijde in het midden en langs de randen en dwars over deze op twee plaatsen een rotanreep met rotanvezels bevestigd. Tegen de achterzijde over de geheele lengte een, naar het midden oploopend, houten handvat met rechthoekige opening, door omwoelde rotanringen met het schild verbonden; onder en boven de opening dwars een rotanlat. Aan eene der lange zijden hangt aan een rotanoog een lapje leder. To lampoe, Lembong pangi.

L. lil, br. 21—26, h. 5—10 cM.

1232/47. Als voren (kanta), doch van bruin hout, de buitenzijde zwart geverfd. De randen met rotanreepen omboord. Over de beide uiteinden zeven evenwijdige, horizontale rotanbanden. Overigens als voren. Toradja's.

L. 114, br. 17, b. 15,5 cM.

807/48 8). Als voren, doch in het midden het smalst, de beide uiteinden verbreed. In het midden eene knopvormige verhevenheid, aan weerskanten begrensd door een aantal rood gekleurde rotanreepen. Aan de uiteinden twaalf horizontale rotanreepen, afwisselend geel en rood gekleurd, de tien bovenste door verticale reepen langs den rug gekruist. De randen met rotan omboord, waarin over het grootste gedeelte haarbosjes gestoken zijn. Aan de binnenzijde een zwart "gekleurde rug over de geheele lengte, die in het midden verdikt en van een handvat voorzien is. Parigi.

L. 108,5, br. 20, h. 12,5 cM.

16/460. Als voren, doch bijna de geheele buitenzijde van het schild versierd met evenwijdige, horizontale rijen ingestoken, zwarte en rood gekleurde haarbosjes, behalve een, door rotanreepen begrensden band aan de beide uiteinden en een dubbelen band in het midden, die met Nassa-schelpen en driehoekige stukken paarlemoer versierd zijn. De binnenzijde ongekleurd, met handvat als voren. Aan de beide uiteinden zes horizontale, evenwijdige rotanreepen. M.

L. 114, br. 20, h. 13,5 cM.

300/203. Als voren4), de buitenzijde met ingestoken, horizontale rijen zwarte, bruine en witte geitenharen versierd, met uitzondering van vier dubbele rijen van Afawvi-schelpen. De binnenzijde als voren, doch aan den bovensten rotanreep is een lus van boomschors bevestigd. M.

L. 114, br. 18, h. 15,5 cM.

150/4 6). Als voren, doch de geitenharen, waarmede de buitenzijde van het schild bedekt is, zwart, wit en rood, beurtelings lang en kort afgeknipt. Tusschen de dubbele rijen AforAZ-schelpen een rij ruiten van paarlemoer. Aan de beide einden zes horizontale, evenwijdige rotanreepen; onder de beide bovenste een rotanlus. M.

L. 105, br. 14,5, h. 12 cM.

1) Grubauer, p. 224, fig. 129 en p. 428. — Kaudern, o. c. i, 297—298.

2) Meyer und Richter, Celebes, I, p. 84, n° 451, vgl. pl. XIX, fig. 5—6. — Adriani en Kruyt, o. c. II, 194. — Kruyt in M. N. Z. G. XXXIX, 109 en XL, 140 en T. I. T. L. Vk. LXIII, 265. — Idem, Woordenlijst, 31, s. v.

3) Serie 807 aankoop Nov. 1890.

4) Vgl. de clercq, Bijdragen tot de kennis der residentie Ternate, pl. III, fig. 3.

5) Serie 150 don. L. 't Hoen, Febr. 1875.

Sluiten