Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van het offer aan Mohammed gehangen boven den bak, waarin het uit allerlei eetwaren bestaand offer is gelegd. Todjo. L. 19 cM.

Zie plaat IX, fig. 3.

1377/12. Papieren versiersel, rechthoekige reep papier, geheel uitgeknipt tot krullen en rijen driehoeken en daarna in horizontale banden groen, oranje en donkerpaars geverfd. — Wordt bij het Maulid-feest vastgehecht aan den bak, waarin het uit allerlei eetwaren bestaand offer is gelegd. Todjo.

L- ± 50, br. 8,5 cM.

1926/48. Pop, voorstellende een priester, met een tulband van wit katoen om het hoofd. Gekleed in een djoebah van rood katoen. Daaronder een baadje von blauw gebloemde -zijde en daaronder een lang, tot onder de knieën reikend hemd van wit katoen. M. (?).

H. 54 cM.

NOORD-CELEBES. GROEP I.

Spijs en drank. Opwekkende middelen'). I. Gereedschap tot bereiding, gebruik en bewaring van spijzen. a. Van vlechtwerk.

1647/983. Vliegendeksel, van rechthoekig gevlochten pandan-ieepen, in den vorm eener zeszijdige pyramide met zeszijdigen, platten knop; op de kanten rijen uitstekende punten Bwool.

H. 15, dm. 2,2 cM.

1926/360. Als voren (pasamboe dampelas), doch van aaneengenaaide palmbladreepen, afgeknot kegelvormig, van binnen ongekleurd, de bol diagonaal gevlochten, van buiten een cirkel met gele, zwarte en roode sectoren vormend. De afioopende zijden bestaan uit afwisselend ongekleurde, roode, zwarte en met was bewerkte strooken, begrensd door smalle gele randen met roode zigzaglijnen. De boven- en onderrand met roode bladreepen overtrokken. N.

Dm. boven 22,5, beneden 42, h. 16 cM.

1926/362—363. Als voren (pasamboe dampelas), doch de afioopende zijden bestaan uit afwisselend ongekleurde, roode en zwarte strooken, begrensd door smalle zwarte randen met gele zigzaglijnen. Het boven- en ondergedeelte ongekleurd (362) of zwart (363). De randen met zwarte bladreepen overtrokken. N.

Dm. boven 19,5 en 18, beneden 34 en 31,5, h. 16 en 13,5 cM.

1926/361. Als voren (pasamboe dampelas), doch de bol en de afioopende zijden versierd met groene, roode en paarse figuren met hoornachtige uitsteeksels, op den bol op ongekleurden, op de zijden op witten grond. Op de zijden worden deze

1) Literatuur: Meyer nnd Richter, Celebes, I, 10—14. — Graafland, De Minahassa, I, 311, 457—459- — von Rosenberg, Rciuogten, 27—29. — Riedel, Het landschap Boeooi (T. I. T. L. Vk. XVUT), 200. —' van Spreeuwenberg, (T. N. I. VII, 4), p. 311. — Riedel, De Minahasa in i8zj (T. I. T. L. Vk. XVIII), 495.

Sluiten