Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

37°/253- Zeef (sosiro1}, eenigszins ovaal, met eene afgeplatte zijde, van breede bamboereepen zigzagvormig gevlochten. De randhoepel door paren rotanreepen bevestigd. MmadofJ).

Dm. 46 X 49 cM-

1647/1193 & 1279 en 1926/685 8). Wannen (titihe*), van ongekleurde, zigzagvormig gevlochten (tweerichtingssysteem, tweeslag) bamboereepen, peervormig, de randen met stevige randhoepels van rotan, met fijne rotanvezels vastgebonden. Aan het puntige einde bij n° 1193 een rotanlusje; 1279 model. 1193: Limbotfo (Gorontald), 1279: Tonsea (Menado), 685: Gorontalo.

L. 36,5, 21,5 en 56, br. 32, 17,5 en 52 cM.

1926/782 & 837*). Schotels (aboho), van «Virr-bladreepen volgens het drierichtingssysteem gevlochten, van onderen zeshoekig, van boven rond, min (782) of meer (837) diep. N.

Dm. 17 en 16,5, h. 3,5 en 6 cM.

1926/835 6). Rijstbord, van «7<*r-bladreepen volgens de drierichtingsmethode gevlochten, met uitstaanden voet. In den bodem is door zwarte en roode reepen een zespuntige ster gevormd. De wand met twee zwarte en twee roode, de bovenrand met een rooden horizontalen reep doorvlochten. Mooeton en Tomini.

Dm. 19,5, h. ii cM.

43/S8- Zakje (nanati6), van silar (Corypha umbraculi/era)-b\a,dTeeven in den vorm eener ananas met rijen uitstekende punten (sierslag 7) gevlochten. Het ondereinde cylindervormig en diagonaal gevlochten. Aan het boveneinde, waar de bladreepen uitsteken, een lus. — Dienende tot het overbrengen van koekjes. Gorontalo.

L. 25, dm. 5 X 11 cM-

I4S6/I3i> Mand voor keukengereedschap8), dikke rotan, herhaaldelijk gespleten en uit elkaar gebogen; tusschen deze gespleten reepen zijn losse ingelegd en daardoor dwars aangesloten dunnere reepen gevlochten, zoodat een cylindervormige mand wordt gevormd, die onderaan spits toeloopt in de ongespleten rotan, die door een gevlochten rotanringetje omgeven is. Aan de opening een dikke randhoepel; hierop een, op een punt vastgehecht deksel van lusvormig a jour gevlochten reepen met groot rond gat in het midden. Bwool.

L. 55, dm. 19 cM.

b. Van bamboe, hout, klapperdop en aardewerk.

I456/I35- Kooklepel8) (siroengt), uit één stuk geelachtig hout gesneden; het blad rechthoekig, over de lengte gebogen en overgaande in een smalleren rechthoekigen steel, die eerst omhoog en daarna omlaag gebogen is; het einde knopvormig met dwarsgroeve aan de onderzijde. Bwool.

L. 30,5, br. 1,5—5,5, L blad 17 cM.

Ï45-5/Ï3-5- Als voren10) (siroeng), doch de steel in doorsnede halfcirkelvormig met

1) Zie Jasper, Vlechtwerk, fig. 132. — Riedel in I. A. f. E. VIII, 92 en 94 met pL X, fig- 3-

2) Cat. Bat. Gen. Suppl. I, p. 134, n° 6373.

3) Jasper, Vlechtwerk, p. 123 met fig. 132.

4) Cat. Bat Gen. Suppl. I, p. 138, n° 6447.

5) Cat Bat. Gen. Suppl. I, p. 138, n° 6446.

6) Schröder, Gor. Wdl. 20: ananas. — VgL Meyer und Richter, o. c. pl. X, fig. 4.

7) Jasper, Vlechtwerk, p. 60, fig. 55.

8) Meyer und Richter, Celebes, I, p. 46, n° 155 met pl. X, fig. 22.

9) Meyer und Richter, o. c. p. 49, n° 178 met pl. X, fig. 6. 10) Meyer und Richter, o. c. p. 49, n° 181 met pl. X, fig. 9.

Sluiten