Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

afgeronde kanten, in een gekruld bladornament eindigend. Nabij den steel op het blad een ingesneden ruit met kruisornament. Bwool. L. 28, br. 1,5—5,5, L blad 15 cM.

2050/8l). Lepel, van wit hout, het eene einde halfbolvormig uitgehold, het andere rechthoekig verbreed en plat. De daartusschen gelegen steel van onderen convex, van boven plat. Gorontalo.

L. 46,5, dm. uiteinden 7,2 en 7,7, l. steel 22,5, br. 2,5 cM.

2050/9. Als voren (sindoek), doch het blad eenigszins trapeziumvormig met convexen, breeder uitloopenden rand, van boven flauw concaaf, van onderen convex. De steel cylindervormig, naar achteren gebogen en uitloopend in een schijf met een rond gat in het midden. Gorontalo.

L. 33, li blad 11,5, br. 5,8 cM.

1676/16*). Als voren (kabahoeroe), van klapperdop. Het uiteinde van den steel op de buste van een mensch gelijkend, het ondereinde bladvormig. N. L. 12, br. 5 cM.

2050/7*). Klapperrasp (koekoeran), van geel hout, in den vorm van een gestileerd viervoetig dier met plat rechthoekig lichaam, blokjes als pooten (dat van de voorpooten van voren convex) en cylindervormigen, schuin vooruitstekenden hals met een beschadigd uitsteeksel, waarin de ijzeren rasp behoort te steken. De staart aangeduid door een naar beneden gebogen, puntig uitloopend stuk hout. Gorontalo.

L. lichaam 38,5, br. 6, 1. hals 13, dm. 5,2 cM. ,

43/24. Schaal (wanga), van klapperdop (Cocos nucifera), als bord gebruikt. — Gekocht te Parigi. Gorontalo.

Dm. 15,4, h. 7 cM.

370/2035. Als voren, doch met gekartelden rand. De wand doorboord, voor een rotanreep, die aan een met rotanreepen omwonden ring bevestigd is. Zes stuks. Menado.

Dm. 9,8—13, h. 3,5—5 cM.

370/2042*). Tangen (gata-gata boeloe), bestaande uit omgebogen en aan beide uiteinden aangepunte bamboes. Een bosje. Menado. L. 27, br. 3 cM.

43/25. Koker (tagea), van bamboe ajawa (Bambusa pulgaris), met opschuivend deksel, waarin een gaatje, om er palmwijn uit in den mond te laten druipen. Op tien plaatsen met een band diagonaal rotanvlechtwerk omwoeld. Aan twee van die banden is door lussen een vischgraatvormig gevlochten draagband bevestigd. — Tot bewaring van palmwijn. Gekocht van den radja van Sigi, te Posso. Gorontalo.

L. 67, dm. 6,6 cM.

II. Opwekkende middelen*).

1647/984. Tabakszak, diagonaal vlechtwerk van talrijke lagen ongekleurde pan(/««-reepen; de bodem vierkant, de bovenrand ovaal, de reepen daar omgevouwen en buitenwaarts ingestoken. Bwool.

H. 9, dm. 7 cM.

43/34. Zakje (boetoeioe), van katoen, de bovenrand wit en rood gebloemd, het benedengedeelte roodbruin met geïkatte langsstrepen. In den bovenrand van het ondergedeelte poortvormige figuren van oranje en wit en zwart gebloemd katoen en

1) Serie 2050 don. W. Huson, Sept. 1923.

2) Serie 1676 aankoop Nov. 1908.

3) Serie 2050 don. W. Huson, Sept. 1923.

4) Cat. Kol. Tent. Amst. 1883, 9' kl. n° 212/7.

5) Kaudern, I Celebes obygder, I, 92—95, II, 327 met bild 135.

Sluiten