Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van zwart fluweel, met rood katoen omboord. Langs den onderrand driehoeken van geel, rood en groen gebloemd en van wit, rood en blauw gestreept katoen. Aan de hoeken kwastjes van roode zijde, aan groene kralen hangende. Door den bovenrand is een zwarte trekband geregen. — Dient tot het medevoeren van tabakskokers, doosjes, geld enz. Naar elders gaande, dragen de mannen het voor den schouder hangende. Gorontalo. H. 24, br. 15 cM.

43/38. Bamboekoker (boojo), geheel met snijwerk bedekt, dat over drie vakken verdeeld is; in het bovenste groepen cirkels in vierkanten, gestreepte vierbladige bloemen en vierkanten met bladfiguren. In het middenvak groepen ruiten en concentrische vierkanten. In het onderste vak groepen gestreepte driehoeken en cirkels in vierkanten. De vakken gescheiden door bladfiguren, begrensd door slanglijnen. Opschuivend, afgeknot kegelvormig deksel. — Dient tot berging van tabak. Parigi, Gorontalo.

H. 34,5, dm. 4,3 cM. Zie plaaat II, fig. 1.

43/39. Als voren (boojo), doch het ornament bestaat uit twee rijen ruiten van boven en van onderen. Daartusschen van boven en van onderen eene rij spitsboogfiguren en in het midden verticale strepen. Behalve deze ornamenten is de koker geheel met bladtin bedekt. Het deksel met verticale ingekraste strepen, de bovenrand vooruitstekend. Parigi, Gorontalo.

H. 21,5, dm. 3,4 cM. Zie plaat II, fig. 2.

140/18 en 1239/178!). Sigarenkokers8), cylindervormig, met overschuivend deksel, van fijne roode en gele varenvezels (?) diagonaal gevlochten, met een patroon van bloem- en bladfiguren (18) of van sterren en driehoeken (178), gevormd door donkerroode en zwarte vezels. Menado.

L. 13 en 11, dm. 5,5 cM.

402/24 *). Als voren, van rood en geel gekleurd rijststroo, in een ornament van bladranken en bloemen diagonaal gevlochten. Tondano, Minahassa. L. 10, dm. 5 cM.

402/2 3 *). Als voren, van stroo gevlochten in een patroon van ongekleurde en zwarte horizontale zigzagstrepen. Op het deksel en den bodem concentrische veelstralige sterren. Gorontalo.

L. 11,5, dm. 7 cM.

776/25*'. Als voren, van zwarte en witte vezels gevlochten in een patroon van, door breede verticale zigzagstrepen gescheiden groepen van vele verticale zigzaglijnen. Op den bodem en het deksel een veelstralige ster. Gorontalo.

L. 11,2, dm. 4,3 x 5,5 cM.

776/25 & 25a en 1926/804*). Als voren (bakolo haoe), van rechthoekig gevlochten arèn- (25 en 250) of daoen «z'/ar-reepen (804), met ingevlochten ruiten (25 en 250) en bovendien Andreaskruisen (25 en 804). In het midden van bodem en deksel een zwarte cirkel. De randen met een zwarte (25 en 804) of zwart gemarmerde streep (250). Gorontalo.

L. ii, 10,5 en 11,5, dm. 8,3, 7,8 en 6 cM.

1) Serie 1239 leg. dr. H. C. A. E. C. Helmkahpf, 1899.

2) Vgl. Graafland, o. c. I, 349.

3) Cat. Kol. Tent. Amst. 1883, 10* kl. n° 382/23. — N. St. Crt. v. ii Sept. 1884, n» 214.

4) Cat. Kol. Tent Amst 1883, io» kl. n° 382/22. — N. St. Crt. v. 11 Sept. 1884, n° 214.

5) Cat Bat. Gen. Suppl. I, p. 134, n° 6391.

Sluiten